Wie aan filantropie denkt, krijgt misschien Bill Gates-achtige visioenen, en wie aan goede doelen denkt, heeft wellicht de maandelijkse donatie aan KWF of Artsen zonder Grenzen op zijn netvlies. Maar daartussenin zit een scala aan fondsenwervende organisaties en geef-vormen die wat minder in het oog springen. Reden voor de Vrije Universiteit Amsterdam om in 1995 het Center for Philanthropic Studies op te richten.
'Eigenlijk past dat uitstekend bij de VU,' zegt René Bekkers, huidig directeur en professor Filantropie aan de Faculteit der Sociale en Geestessetenschappen. 'Want de universiteit begon zelf in 1880 als een filantropisch particulier initiatief,met startkapitaal van onder meer rijke ondernemers. Onder hen bierbrouwer Willem Hovy, die tegenwoordig ook een ‘eigen’ fonds heeft bij het VUfonds. Maar het kapitaal kwam ook van particulieren: in de jaren ’30 stond er in gereformeerde huishoudens standaard een groen ‘VU-busje’ op de schoorsteenmantel, waar huisvrouwen kleingeld in verzamelden voor ‘hun’ universiteit. De VU en filantropie zijn dus nauw met elkaar verweven.'
Tegenwoordig is het Center for Philanthropic Studies hét Nederlandse kenniscentrum voor ontwikkelingen in het filantropisch landschap. En daarin tekent zich de laatste jaren een opvallende trend af. 'Nederland is niet per se een vrijgevig land als het gaat om omvang van giften. De meeste huishoudens zitten onder de 100 euro per jaar per goed doel,' licht René toe. 'Ook zien we een dalende trend in het aantal Nederlanders dat aan goede doelen geeft. Maar het aandeel giften uit nalatenschappen stijgt juist. Dat is niet zozeer een gevolg van de vergrijzing, maar van het gegeven dat steeds meer ouderen kinderloos blijven. Zij laten een deel van hun vermogen dan vaak na aan één of twee goede doelen.'
Veel grotere goededoelenorganisaties zagen deze trend jaren geleden al in hun marketing-data terug: 'Zij hebben hun strategie daarop aangepast en hebben nu duidelijk een voorsprong in zichtbaarheid en effectiviteit bij deze doelgroep.' Kleinere organisaties en bijvoorbeeld universiteiten lopen daarop achter, legt René uit. 'Universiteiten zijn in Nederland relatief jonge spelers in de wereld van de filantropie. Wij financieren ons onderwijs vooral uit gemeenschapsgeld, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Angelsaksische landen, waar particulier geld een veel grotere rol speelt in universiteitsbudgetten.'
Dat overheidsgeld dekt vooral de studenteninstroom, maar biedt geen ruimte voor veel waardevolle onderzoeks- en onderwijsinitiatieven daarnaast, stelt René. 'Neem bijvoorbeeld hulp aan academici die om wat voor reden ook hun land hebben moeten ontvluchten. Zonder een veilige plek en netwerk aan bijvoorbeeld de VU zou hun waardevolle kennis verloren gaan. Of denk aan studenten die baanbrekende producten of diensten ontwikkelen die ze maatschappelijk beschikbaar willen stellen via een start-up, maar daarvoor geen financiering kunnen krijgen via de bank. Dan zijn donaties, giften of nalatenschappen een uitkomst.' Steeds meer universiteiten maken daarom werk van deze ‘vierdegeldstromen’ via fondsenwerving.
'Universiteitsfondsen zijn niet zo bekend als goed doel,' licht René toe. 'Maar je ziet dat universiteiten een specifieke groep aanspreken, namelijk hun alumni. En dat is ook logisch: met je alma mater hou je toch een speciale band. En omgekeerd kennen alumni als geen ander de waarde van hun eigen universiteit.' Om de banden met alumni te versterken, is het volgens René belangrijk dat universiteiten goed luisteren. 'Weet waar je alumni zitten, wat ze belangrijk vinden, en weet ook waar in je universiteit de projecten en verhalen zitten die daarop aansluiten.' En daarbij mag je gerust breder kijken, stelt hij.
'Voorheen werd filantropie vooral gedefinieerd als grofweg ‘gelddonaties voor algemeen nut’, maar wij zien filantropie veel breder. Letterlijk uit het Grieks vertaald betekent filantropie: liefde voor de mensheid. Dus alles wat je doet met hart voor een breder doel dan alleen je eigen welzijn is filantropie, zou je kunnen zeggen. Dat kan ook zijn: je zakelijke netwerk beschikbaar stellen voor een student-ondernemer, of begeleiding van een eerstegeneratiestudent, of participeren in onderzoek – ik noem maar iets. We kunnen daar heel creatief naar kijken. Maar het begint met luisteren. Daarom heeft het VUfonds nu ook het VUfonds Panel opgezet, zodat alumni, maar ook andere belangstellenden, mee kunnen denken over manieren om het waardevolle werk op de VU te steunen.'
Net zoals de VU ooit ontstaan is uit toewijding van velen, wordt haar toekomst wat René betreft ook gedragen door een zelfde betrokkenheid: 'Die gezamenlijke gedrevenheid en verantwoordelijkheid om iedereen gelijke kansen te bieden en te bouwen aan een duurzame toekomst zie je nog steeds terug op de VU. Dat moeten we koesteren.'