De studie, gepubliceerd in European Union Politics, analyseerde meer dan een half miljoen overplaatsingen van asielzoekers tussen Europese lidstaten tussen 2008 en 2024. De onderzoekers vergeleken deze overplaatsingen met een EU-referentieverdeling op basis van de bevolkingsomvang en economische draagkracht van de landen.
De bevindingen tonen aan dat overplaatsingen die bijdroegen aan een eerlijkere verdeling ongeveer twee keer zo vaak voorkwamen als overplaatsingen die de ongelijkheid vergrootten.
Volgens politicoloog Philipp Lutz is het Dublin-systeem vooral beoordeeld op hoe het ontworpen was om te werken, in plaats van op de daadwerkelijke resultaten. "Als je kijkt naar wat er in zestien jaar tijd werkelijk is gebeurd, ontstaat er een ander beeld dan de gangbare opvattingen," zegt hij.
Een evenwichtiger systeem ondanks de regels
De Dublinverordening bepaalt dat het eerste EU-land waar een asielzoeker binnenkomt, verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. Zuidelijke grenslanden zoals Italië en Griekenland worden daarom al lange tijd gezien als landen die een onevenredig grote last dragen.
De studie toont aan dat deze druk gedeeltelijk werd verlicht doordat landen en asielzoekers zich niet altijd aan de regels hielden. Asielzoekers vertrokken vaak uit hun land van eerste aankomst, terwijl de Dublin-transfers, bedoeld om hen terug te sturen, slechts gedeeltelijk succesvol waren.
Volgens de onderzoekers leidde deze kloof tussen regel en praktijk tot een evenwichtigere verdeling van verantwoordelijkheden binnen de EU. Strikte handhaving van de regels zou veel meer druk hebben gelegd op Zuid-Europese landen, terwijl de volledige afwezigheid van dergelijke regels de last waarschijnlijk zwaarder zou hebben gelegd op Noord-Europa. "De bevindingen wijzen op een ongemakkelijke afweging", voegt Lutz toe. "Strengere handhaving van de regels voor eerste binnenkomst en een eerlijkere verdeling van de verantwoordelijkheden trekken in tegengestelde richtingen."
Waarschuwing voor het nieuwe EU-migratiepact
De bevindingen zijn relevant nu de Europese Unie zich voorbereidt op de invoering van haar nieuwe Pact inzake migratie en asiel op 12 juni 2026. Het pact zal de Dublinverordening vervangen, maar zal het principe handhaven dat het land van eerste binnenkomst verantwoordelijk blijft.
Tegelijkertijd is de EU van plan de overdrachtsregels strenger te handhaven en een solidariteitsmechanisme in te voeren ter ondersteuning van lidstaten die te maken hebben met een hoge migratiedruk.
De onderzoekers waarschuwen dat deze combinatie nieuwe onevenwichtigheden kan creëren. Als overdrachten strenger worden gehandhaafd, terwijl solidariteitsmaatregelen beperkt blijven en slechts selectief worden toegepast, zou het nieuwe pact de verschuiving van verantwoordelijkheden naar een kleinere groep landen kunnen institutionaliseren.
De studie betoogt daarom dat het Europese asielbeleid niet alleen moet worden beoordeeld op politieke intenties, maar ook op de daadwerkelijke resultaten. Transparantere rapportage over overdrachten tussen lidstaten, zo stellen de onderzoekers, zou kunnen helpen ervoor te zorgen dat het systeem de rechtvaardigheid levert die het belooft.