Onderwijs Onderzoek Actueel Over de VU EN
Login als
Studiekiezer Student Medewerker
Bachelor Master VU for Professionals
HOVO Amsterdam VU-NT2 VU Amsterdam Summer School Honoursprogramma Universitaire lerarenopleiding
Promoveren aan de VU Uitgelicht onderzoek Prijzen en onderscheidingen
Onderzoeksinstituten Onze wetenschappers Research Impact Support Portal Impact maken
Nieuws Agenda Gezond leven aan de VU
Israël en Palestijnse gebieden Cultuur op de campus
Praktische informatie VU en innovatiedistrict Zuidas Missie en Kernwaarden
Besturing Samenwerken met ons Alumni Universiteitsbibliotheek Werken bij de VU
Sorry! The information you are looking for is only available in Dutch.
Deze opleiding is opgeslagen in Mijn Studiekeuze.
Er is iets fout gegaan bij het uitvoeren van het verzoek.
Er is iets fout gegaan bij het uitvoeren van het verzoek.

De wereld is niet altijd vriendelijk voor trans personen

Delen
8 april 2026
Voor mensen die in transitie gaan, is er weinig ruimte voor rouw, verdriet of twijfel. Dalin Veldman, geestelijk verzorger aan het Amsterdam UMC, doet onderzoek naar de ervaringen en gevoelens van zowel mensen met genderdysforie als hun naasten en wil daarbij de juiste woorden vinden. ‘Taal kan helend werken en je doen begrijpen wat je voelt.’

Tekst: Shirley Haasnoot | Foto: David Meulenbeld

Als eerste medisch centrum ter wereld begon het VU-ziekenhuis, nu onderdeel van het Amsterdam UMC, zo’n halve eeuw geleden met transgenderzorg. Momenteel wordt aan de transgenderpoli aan de Boelelaan jaarlijks zorg en begeleiding geboden aan ongeveer 450 volwassenen en 250 kinderen die genderdysforie ondervinden. Dat gevoel van onvrede met het lichaam waarmee ze zijn geboren, is soms al vanaf hun vroegste jeugd aanwezig.

'Als we het hebben over transzorg, gaan we vaak uit van een positief verhaal', zegt Dalin Veldman (36), sinds vier jaar geestelijk verzorger aan het Amsterdam UMC. 'Dat als er sprake is van genderdysforie, je wordt geholpen op de genderpoli en je daarna een fijn leven gaat leiden. Maar in veel gevallen is dat helemaal niet zo. Dat komt niet doordat je niet blij bent met de keus om in transitie te gaan of dat de zorg die je krijgt niet passend is. Je kunt voelen dat je iets nodig hebt als mens, terwijl je daarnaast verdriet kunt voelen, omdat je afscheid neemt van iets anders.’

Veldman gebruikt voor zichzelf de neutrale voornaamwoorden die/hun en staat zelf ook op de wachtlijst van de genderpoli. Als projectleider van het tweejarige project ‘Taal in transitie’, samen met collega Lenneke Post, wil die de complexe ervaringen bij genderbevestigende zorg onderzoeken, aan de hand van literatuuronderzoek en diepte-interviews met transgender personen, hun naasten en zorgverleners. Eerder studeerde Veldman filosofie en humanistiek. We spreken elkaar in de kamer naast de ziekenhuiskapel.

‘We willen kijken of ook andere gevoelens, zoals twijfel of rouw, een plaats kunnen krijgen’

‘Op transzorg rust een maatschappelijk stigma, zoals je dat bijvoorbeeld ook ziet bij abortus of euthanasie’, zegt Veldman. ‘Daardoor voelen mensen dat ze moeten bewijzen dat dat absoluut is wat zij willen. En die druk zorgt ervoor dat er weinig ruimte overblijft voor een wat genuanceerder verhaal. Waarin ook andere gevoelens, zoals twijfel of rouw, een plaats kunnen krijgen. In ons onderzoek willen we dan ook kijken hoe we aandacht kunnen krijgen voor die existentiële kant van het traject dat iemand doorloopt.’

Want een transitie maakt vaak veel los. Het kan betekenen dat je afscheid moet nemen van je voetbalteam of je lesbische community. Of dat je je minder veilig voelt op straat. Veldman: ‘De wereld is niet vriendelijk in dat opzicht. En als je in een transitietraject steeds bezig bent met bewijzen dat jij helemaal zeker van je keus bent, is het moeilijk om gevoelens van twijfel of rouw te delen. Terwijl die ook een groot deel kunnen uitmaken van zo'n existentieel en ingrijpend proces.’

De afgelopen jaren is het aantal aanmeldingen op de genderpoli sterk gestegen. Er staan duizenden mensen op de wachtlijst, die inmiddels zo’n vier jaar moeten wachten op een intakegesprek. Hierna volgen gesprekken, onderzoek en diagnostiek, en dan vaak een medisch traject dat begint met hormoonbehandelingen.

‘Als mensen eindelijk voor behandeling aan de beurt zijn, wordt hier op de poli, naast de biologische kant, vooral gekeken naar hoe iemand er psychisch bij zit, of er sprake is van depressie of persoonlijkheidsproblematiek, los van gendervragen. En er wordt naar je sociale situatie gekeken, of je bent ingebed in je gezin bijvoorbeeld of in je omgeving.’

‘Als trans persoon kun je het gevoel hebben dat je niet helemaal vrij bent om te spreken over je verdriet’

Hoewel het team van psychologen ook ondersteunend is, geeft dat uiteindelijk het groene licht wat betreft medische zorg. ‘Dat zorgt voor een lastige dynamiek, zowel voor de trans personen als de zorgverleners. Omdat je als trans persoon het gevoel kunt hebben dat je niet helemaal vrij bent om te spreken over je verdriet.’

Hoe kun je ruimte maken voor die existentiële gevoelens, en kun je daar taal voor creëren en die inzetten bij de ondersteuning van transgender mensen en hun naasten?  Als geestelijk verzorger ziet Veldman vaak hoe het mensen helpt om woorden te vinden voor datgene waar ze mee worstelen. ‘Taal kan helend werken. Zeker als het gaat om rouw, kunnen woorden en begrippen je doen begrijpen wat je precies voelt, en dat je niet de enige bent die dat ervaart.’

Veldman noemt retroactieve rouw, een zelf gemunte term, om de rouw- en verlieservaringen van trans personen met een mogelijke behandelwens te beschrijven. Bij retroactieve rouw kijken mensen terug op een periode uit hun leven, en voelen rouw door dingen die ze niet eerder als verlies zagen. ‘Iemand vertelde me: “Indertijd stond ik er verder niet bij stil. Maar terugkijkend voel ik eigenlijk enorm verdriet over wat ik al die tijd heb moeten dragen.” Daarover in gesprek gaan, de emoties in woorden vangen, kan heel fijn zijn.’

‘De wereld is doordrenkt van gender’

Een andere term is ambigu verlies, dat trans personen en hun naasten soms ervaren. Daarbij gaat het om situaties waarbij het vaak niet helemaal duidelijk is wat er nou precies verloren wordt. Dit kan acceptatie en afsluiting in de weg staan. ‘Bijvoorbeeld het verlies dat je als moeder of vader kan voelen als jouw rol verandert, omdat je kind niet meer hetzelfde is.’

‘De wereld is doordrenkt van gender’, zegt Veldman. ‘Als een kind geboren wordt, is het meteen een jongen of een meisje. Dat maakt heel veel uit voor mensen, voor hun verwachtingen en dromen, voor de toekomst die ze bij hun kind voor zich zien. Vaak dragen trans personen de rouw van anderen. Want ga je het je ouders vertellen, of je partner, dan kan het voor hen een enorme klap zijn. Hoewel het ook kan zijn dat je omgeving heel ondersteunend is terwijl je zelf met je gevoelens worstelt. Vaak loopt dat niet parallel.’

Omgaan met verlies of met rouw, dat is een kunst en een kunde die we niet genoeg meekrijgen in het leven, zegt Veldman. ‘En ja, ook mijn eigen ervaringen zijn een inspiratie voor dit onderzoek. Ik was 11 toen mijn moeder op 45-jarige leeftijd overleed. Ik weet wat rouw is en hoe schadelijk het kan zijn als je daarin niet de juiste steun krijgt. Ik voel me wel geroepen om daar iets in te betekenen.’

‘Een gendertransitie is een menselijke ervaring, net zoals alle andere levenstransities’

‘Ik denk dat ik altijd op een bepaalde manier geworsteld heb met mannelijkheid en vrouwelijkheid en wat ik daarin ben. Lang stond dat niet op de voorgrond en leefde ik gewoon als vrouw, of heb ik dat op allerlei manieren geprobeerd te zijn. Ik was bezig met mijn moeders dood, en later met andere dingen die meer ruimte innamen. Als ik toegang had gehad tot de ervaringen van mensen die zich niet als mannelijk of vrouwelijk identificeren, om dat zo maar te zeggen, was ik hier misschien eerder mee bezig geweest.’

Verandering doet pijn, maar dat betekent niet dat sommige dingen niet moeten gebeuren. Dat geldt voor persoonlijke keuzes, zoals de transitie waar mensen op de genderpoli voor kunnen kiezen. Het geldt ook voor de manier waarop de maatschappij daarnaar kijkt. Veldman: ‘Juist bij situaties waarbij er sprake is van stigma is het belangrijk om ruimte te maken voor meerstemmigheid en nuance, door inclusief te zijn en medemenselijkheid te tonen. Een gendertransitie is een menselijke ervaring, net zoals alle andere levenstransities.’

De VUvereniging heeft per 1 januari 2026 een subsidie toegekend aan het tweejarige onderzoek ‘Taal in transitie. Aandacht voor meerduidige en complexe ervaringen bij genderbevestigende zorg’. Met de kennis die dit onderzoek oplevert wil de Dienst Geestelijke Verzorging van het Amsterdam UMC, samen met het Kennis- en Zorgcentrum voor Genderdysforie, betere zorg bieden aan zowel mensen met genderdysforie als hun naasten

Direct naar

Homepage Cultuur op de campus Sportcentrum VU Dashboard

Studie

Academische jaarkalender Studiegids Rooster Canvas

Uitgelicht

Doneer aan het VUfonds VU Magazine Ad Valvas Digitale toegankelijkheid

Over de VU

Contact en route Werken bij de VU Faculteiten Diensten
Privacy Disclaimer Veiligheid Webcolofon Cookie instellingen Webarchief

Copyright © 2026 - Vrije Universiteit Amsterdam