Acht gespreksbegeleiders afkomstig van FSG, Diversity Office, het Athena Instituut en het CTL begeleidden de gesprekken. Onderzoekers, docenten en hoogleraren waren in deze eerste ronde beperkt vertegenwoordigd. Dit heeft deels te maken met de korte voorbereidingstijd en het feit dat de werving vooral liep via bestaande netwerken van het CTL, het Netwerk Wetenschap in Dialoog en 3D / NewConnective. Dat betekent ook dat de opgehaalde inzichten nadrukkelijk niet de hele VU vertegenwoordigen. Wel zien wij deze eerste groep als een betekenisvol startpunt: zij brachten ervaringen en vragen in die leven binnen delen van de gemeenschap en die uitnodigen tot verbreding en verdieping in volgende sessies.
Opvallend was dat ook enkele mensen deelnamen die eerder betrokken zijn geweest bij protesten aan de VU. Dat zij in deze setting het gesprek aangingen over onderliggende spanningen en waarden, zien wij als een belangrijke en constructieve stap. Zowel tijdens als na afloop gaven deelnemers aan dat het grotendeels lukte om niet alleen het eigen perspectief te delen, maar ook actief te luisteren naar anderen. Tegelijkertijd is duidelijk dat dit een leerproces is, waarin verdere ontwikkeling nodig en mogelijk is.
In de komende vier dialogen bouwen we voort op deze eerste gesprekken, met de expliciete ambitie om te groeien: in het aantal deelnemers, in de diversiteit van perspectieven en in de diepgang van de thema’s.
Eerste inzichten uit de dialoog
We zijn nog bezig met een nadere analyse van alle input, maar kunnen alvast een aantal inhoudelijke lijnen delen.
In de gesprekken kwamen meerdere onderliggende spanningen naar voren die volgens deelnemers het academisch klimaat aan de VU raken. In deze eerste ronde zijn acht thema’s benoemd, die we zo dicht mogelijk bij de woorden van de deelnemers hebben gehouden. Het ging onder meer om:
Gespreksthema’s:
- de moed die nodig is om complexe en politiek beladen onderwerpen in onderwijs en onderzoek te adresseren;
- onzekerheid over wat academische vrijheid betekent wanneer politieke neutraliteit als onhaalbaar of onwenselijk wordt ervaren;
- zorgen over uitsluiting en beperkte toegankelijkheid binnen onderwijs en onderzoek;
- uiteenlopende ervaringen met veiligheid en met de aanwezigheid van politie op de campus;
- wantrouwen in wetenschap en spanning rond dialoog over wetenschappelijke kennis;
- gevoelens van zowel verbinding als vervreemding of isolatie binnen de VU-gemeenschap.
Deze thema’s wijzen volgens deelnemers op bredere systemische spanningen die direct raken aan hoe veilig, gehoord en verbonden mensen zich voelen binnen de universiteit. Het gesprek hierover werd door sommigen als zwaar ervaren, maar veel deelnemers gaven ook aan dat juist het kunnen benoemen van deze ervaringen ruimte en verlichting bood.
Daarnaast vielen grote verschillen op in hoe veiligheid wordt ervaren en in de behoefte om dit expliciet bespreekbaar te maken. Uit de zogeheten exit-slips (geschreven reflecties van deelnemers aan het eind van de sessie) blijkt dat ervaringen met fysieke, sociale en politieke veiligheid sterk uiteenlopen. Voor velen werd in de dialoog zichtbaar hoezeer deze verschillen in dagelijkse werk- en studiesituaties vaak onder de oppervlakte blijven.
Tot slot was er een brede wens om andere perspectieven daadwerkelijk te ontmoeten. Deelnemers waardeerden het dat zij mensen spraken die zij normaal gesproken niet snel tegenkomen of zelfs vermijden. Tegelijkertijd werd benoemd welke stemmen nog ontbreken, waaronder die van onderzoekers en docenten. Er is behoefte aan passende werkvormen én aan een duurzame, herkenbare plek waar dit gesprek kan blijven plaatsvinden. Het is onze inzet dat Vrije Denkers in Gesprek die zichtbare plek wordt op VU-niveau, aanvullend op het werk dat elders in de organisatie al gebeurt.
Vervolg
De volgende dialogen vinden plaats op 10 februari, 24 maart, 14 april en nog een nader te bepalen datum in juni. We werken daarin met een combinatie van vaste deelnemers en nieuwe stemmen. Parallel hieraan zetten we samen met onderzoekers een onderzoekslijn op om te leren wat deze dialogen doen op individueel niveau en voor de organisatie als geheel. Ook werken we aan verdere communicatie en aan vervolgdialogen binnen faculteiten.