Onderwijs Onderzoek Actueel Over de VU EN
Login als
Studiekiezer Student Medewerker
Bachelor Master VU for Professionals
HOVO Amsterdam VU-NT2 VU Amsterdam Summer School Honoursprogramma Universitaire lerarenopleiding
Promoveren aan de VU Uitgelicht onderzoek Prijzen en onderscheidingen
Onderzoeksinstituten Onze wetenschappers Research Impact Support Portal Impact maken
Nieuws Agenda Biodiversiteit aan de VU
Israël en Palestijnse gebieden Cultuur op de campus
Praktische informatie VU en innovatiedistrict Zuidas Missie en Kernwaarden
Besturing Samenwerking Alumni Universiteitsbibliotheek Werken bij de VU
Sorry! The information you are looking for is only available in Dutch.
Deze opleiding is opgeslagen in Mijn Studiekeuze.
Er is iets fout gegaan bij het uitvoeren van het verzoek.
Er is iets fout gegaan bij het uitvoeren van het verzoek.

Beïnvloedt zwijgen het oordeel van de rechter?

Delen
5 januari 2026
Een verdachte in een strafzaak heeft het recht om te zwijgen. Maar wat gebeurt er als iemand daar ook echt gebruik van maakt? Kan dat het oordeel van de rechter beïnvloeden? Strafrechtjurist Tessa van der Rijst onderzocht deze vraag en vermoed dat zwijgen inderdaad het oordeel van de rechter kan beïnvloeden. Hoe werkt dat precies?

Hoe zwijgen meespeelt

Volgens Van der Rijst van de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) werkt zwijgen op twee manieren. Ten eerste kan het ontbreken van een alternatieve verklaring ertoe leiden dat de rechter het bewijs anders weegt. Vooral in zaken met minder duidelijk bewijs, zoals bij witwassen soms het geval is, kan zwijgen de kans op een veroordeling vergroten. In zaken met duidelijker bewijs, zoals een diefstalzaak waarbij iemand op heterdaad is betrapt, speelt zwijgen meestal een veel kleinere rol.

Ten tweede kan zwijgen wellicht (enigszins) bijdragen aan een gevoel dat de verdachte schuldig is. ‘Rechters zijn ook mensen,’ zegt Van der Rijst. ‘Soms kan het idee ontstaan dat iemand die zwijgt, iets te verbergen heeft. Dat gevoel kan meespelen, maar mag nooit bepalend zijn. Rechters moeten altijd nagaan of het bewijs sterk genoeg is, zonder dat zwijgen de doorslag geeft.

Van juridische kaders naar praktijk

Om dat beter te begrijpen, keek Van der Rijst niet alleen naar wetten en literatuur, maar ook naar de praktijk in de rechtszaal. Ze begon met een analyse van uitspraken van de Hoge Raad en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) om te achterhalen welke juridische kaders in Nederland gelden. Vervolgens onderzocht ze systematisch uitspraken van rechtbanken en gerechtshoven over witwas- en diefstalzaken om te zien hoe rechters in de praktijk met zwijgen omgaan. Daarna sprak ze twintig strafrechters verspreid over Nederland om inzicht te krijgen in de persoonlijke afwegingen achter het rechterlijke oordeel. Tot slot bestudeerde ze verschillende bewijstheorieën.

Kritisch blijven toetsen

Van der Rijst ontdekte dat rechters bij het beoordelen van bewijs soms aannames gebruiken. Dat kan nuttig zijn, maar is niet altijd juist. ‘Als iemand dure spullen heeft zonder duidelijk inkomen, wordt al snel gedacht dat het geld uit misdrijf komt,’ zegt Van der Rijst. ‘Maar er kunnen ook andere verklaringen zijn, zoals een erfenis of een lening.’ Het OM moet dat actief onderzoeken: het moet de tenlastelegging voldoende onderbouwen, óók als de verdachte zwijgt. En rechters moeten controleren of dat voldoende is gedaan. Die kritische houding voorkomt dat zwijgen te zwaar meeweegt. En helpt het rechtssysteem eerlijker en transparanter te maken.

Van der Rijst promoveert op 30 januari op dit onderzoek aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Neem contact op met Persvoorlichting VU

06 25763092

Direct naar

Homepage Cultuur op de campus Sportcentrum VU Dashboard

Studie

Academische jaarkalender Studiegids Rooster Canvas

Uitgelicht

Doneer aan het VUfonds VU Magazine Ad Valvas Digitale toegankelijkheid

Over de VU

Contact en route Werken bij de VU Faculteiten Diensten
Privacy Disclaimer Veiligheid Webcolofon Cookie instellingen Webarchief

Copyright © 2026 - Vrije Universiteit Amsterdam