Onderwijs Onderzoek Actueel Over de VU EN
Bacheloropleidingen Masteropleidingen VU for Professionals
HOVO Amsterdam Taalcursussen Nederlands als tweede taal (NT2) Zomercursus van de Vrije Universiteit Amsterdam Honoursprogramma Universitaire lerarenopleidingen
Promoveren aan de VU Uitgelicht onderzoek Prijzen en onderscheidingen
Interdisciplinaire onderzoeksinstituten Wetenschappers van de VU Research Impact Support Portal Creëer impact met jouw onderzoek
Nieuws Agenda Bewegen naar een vitale toekomst
VU UPDATE: Situatie in Israël en de Palestijnse gebieden Cultuur op de VU
Praktische informatie De VU en Innovatiedistrict Zuidas Missie, kernwaarden en visie
Besturing van de VU Valorisatie en impact Samenwerken met de VU VU Alumni Community Bekijk onze vacatures!
Sorry! The information you are looking for is only available in Dutch.
Deze opleiding is opgeslagen in Mijn Studiekeuze.
Er is iets fout gegaan bij het uitvoeren van het verzoek.
Er is iets fout gegaan bij het uitvoeren van het verzoek.

Anja Eleveld: ‘Bijstandsbeleid vraagt om nieuwe visie op burgerschap’

Delen
13 maart 2026

Hoogleraar empirisch-juridische bestudering van precair werk en armoede, Anja Eleveld pleit voor een fundamenteel andere benadering van burgerschap binnen het Nederlandse bijstandsbeleid.

In haar rede Naar een nieuwe verbeelding van burgerschap in de bijstand laat zij zien hoe de sterke focus op arbeidsactivering de betekenis van sociaal burgerschap heeft veranderd – en welke gevolgen dat heeft voor mensen in de bijstand.

Eleveld opent haar rede met een voorbeeld uit eigen onderzoek. Een bijstandsgerechtigde moest, als onderdeel van haar activeringstraject, zwerfafval prikken. Zij vertelde dat ze liever werd gezien als iemand met een taakstraf dan als iemand in de bijstand. Volgens Eleveld roept dit een fundamentele vraag op: hoe kan sociaal beleid zo worden ervaren dat mensen zich liever als taakgestrafte identificeren dan als bijstandsgerechtigde ?

Van sociaal recht naar arbeidsplicht

Volgens Eleveld hangt dit samen met de manier waarop het Nederlandse bijstandsbeleid zich in de loop der tijd steeds sterker is gaan richten op arbeidsactivering. Het recht op bijstand werd steeds nadrukkelijker gekoppeld aan de verplichting om te werken of actief naar werk toe te werken.

Daardoor veranderde ook de betekenis van sociaal burgerschap. Waar dit oorspronkelijk stond voor deelname aan de samenleving op verschillende manieren, wordt het tegenwoordig vaak gezien als een morele plicht tot betaald werk. Socioloog Willem Schinkel spreekt in dat verband over een samenleving waarin een onderscheid ontstaat tussen “actieve” burgers die aan dit ideaal voldoen en “inactieve” burgers die als problematisch worden gezien.

Hardnekkige beleidslogica

Eleveld onderzoekt waarom arbeidsactivering zo’n centrale rol blijft spelen, terwijl onderzoek laat zien dat deze aanpak vaak niet leidt tot duurzame uitstroom uit de bijstand. Een belangrijke verklaring ligt volgens haar in dominante beleidsideeën die alternatieve benaderingen minder zichtbaar maken.

Machtsverhoudingen en stigma

Tegelijkertijd heeft het activeringsregime volgens Eleveld belangrijke sociale gevolgen. Het creëert een sterke machtsrelatie tussen bijstandsgerechtigden en uitvoerende instanties.

Daarnaast worden bijstandsgerechtigden in de praktijk vaak ingedeeld in categorieën zoals “niet-willers” en “niet-kunners”. Zulke labels doen volgens Eleveld geen recht aan de complexe omstandigheden waarin mensen verkeren, zoals gezondheidsproblemen, zorgtaken of bureaucratische barrières. Ze dragen bij aan stigma en aantasting van waardigheid.

Relationeel burgerschap als alternatief

Eleveld pleit daarom voor een andere benadering: relationeel burgerschap. In deze visie staat niet betaald werk centraal, maar onderlinge afhankelijkheid, zorgrelaties en maatschappelijke verbondenheid.

Vanuit dit perspectief zou de bijstand weer primair moeten draaien om het garanderen van bestaanszekerheid. Dat betekent onder meer dat beleid beter moet aansluiten bij de behoeften van mensen, dat sancties slechts uitzonderlijk worden toegepast en dat ook zorgwerk en andere maatschappelijke bijdragen meer erkenning krijgen.

Rol van de rechter

Tot slot onderzoekt Eleveld of verandering mogelijk is binnen het bestaande recht. Rechters hebben soms ruimte om open normen anders te interpreteren en meer rekening te houden met individuele omstandigheden. Uit onderzoek blijkt echter dat zij die ruimte vaak beperkt benutten.

Volgens Eleveld vraagt verandering daarom om rechters die zowel empathisch als inventief zijn en die binnen het recht alternatieve interpretaties durven te ontwikkelen. Kleine verschuivingen in rechtspraak kunnen uiteindelijk bijdragen aan bredere institutionele veranderingen. Doctrinair juridisch onderzoek kan hier het verschil maken door rechters nieuwe denkrichtingen en argumentatieve kaders aan te reiken.

Het uiteindelijke doel, stelt Eleveld, is een samenleving waarin bestaanszekerheid een fundament vormt en de waarde van mensen niet uitsluitend wordt bepaald door hun deelname aan betaald werk.

Anja Eleveld houdt haar oratie 19 maart aan de Vrije Universiteit Amsterdam

Neem contact op met Persvoorlichting VU

06 25763092

Direct naar

Homepage VU Amsterdam Cultuur op de VU Universiteitsbibliotheek Dashboard

Studie

Academische jaarkalender Studiegids Rooster Canvas

Uitgelicht

Doneer aan het VUfonds VU Magazine Ad Valvas Digitale toegankelijkheid

Over de VU

Contact met VU Amsterdam Bekijk onze vacatures! Faculteiten VU Amsterdam Diensten VU Amsterdam
Privacy Disclaimer Veiligheid Webcolofon Cookie instellingen Webarchief

Copyright © VU