In de oratie 'Perspectieven en verbanden' staat academische vorming binnen de geneeskundeopleiding centraal. Tommy Pattij, University Chair hoogleraar op de leerstoel Academische vorming in medisch onderwijs, benadrukt daarin dat een goede arts naast medische kennis, communicatieve vaardigheden en professionaliteit ook nieuwsgierig, kritisch, wetenschappelijk onderlegd en maatschappelijk betrokken moet zijn. Het doel is om artsen op te leiden die flexibel kunnen omgaan met veranderingen en zich hun hele loopbaan blijven ontwikkelen.
Nieuwsgierigheid en verwondering als basis
Nieuwsgierigheid en verwondering vormen belangrijke uitgangspunten voor academische vorming. Pattij laat aan de hand van persoonlijke ervaringen zien hoe inspirerende docenten en hun enthousiasme een grote invloed kunnen hebben op de interesses en loopbaankeuzes van studenten. “Daarom spelen rolmodellen een belangrijke rol in het onderwijs. Studenten leren niet alleen door uitleg en instructie, maar ook door te observeren hoe docenten met patiënten, collega’s en fouten omgaan. Een veilige leeromgeving waarin studenten zich gezien en serieus genomen voelen, draagt bij aan hun professionele identiteit en ontwikkeling”, aldus Pattij.
Het belang van wetenschap in de geneeskunde
Wetenschap en geneeskunde zijn nauw met elkaar verbonden. Studenten hoeven niet allemaal wetenschappelijk onderzoeker te worden, maar moeten wèl leren hoe wetenschappelijke kennis wordt ontwikkeld en toegepast. Dit vormt de basis voor evidence-based medicine: het nemen van medische beslissingen op basis van wetenschappelijk bewijs. Door studenten al vroeg in de opleiding kennis te laten maken met klinisch relevant onderzoek en onderzoekers, worden hun nieuwsgierigheid en wetenschappelijke houding gestimuleerd. Ook stages en praktijkgerichte onderzoekservaringen dragen hieraan bij. De vernieuwde bacheloropleiding van de VU, die in studiejaar 2027-2028 van start gaat, biedt mogelijkheden om wetenschap verder in het onderwijs te integreren.
Geneeskunde opleiden in het tijdperk van AI
De snelle ontwikkeling van kunstmatige intelligentie (AI) en andere technologieën vraagt om nieuwe vaardigheden van toekomstige artsen. Studenten moeten leren hoe AI werkt, hoe zij deze technologie verantwoord kunnen gebruiken en welke ethische, juridische en maatschappelijke gevolgen ermee samenhangen. AI biedt veel kansen, bijvoorbeeld bij het oefenen van klinisch redeneren en het verdiepen van kennis met behulp van interactieve leermiddelen.
Tegelijkertijd zijn er risico’s. Wanneer studenten te veel vertrouwen op generatieve AI, kunnen zij belangrijke kennis en denkvaardigheden onvoldoende ontwikkelen. Het zelfstandig opbouwen van basiskennis, kritisch denken, het beoordelen van wetenschappelijke artikelen en het interpreteren van onderzoeksresultaten blijven daarom essentieel. AI moet het leerproces ondersteunen en niet het eigen denkwerk vervangen. Het onderwijs moet studenten dus zowel leren werken met AI als leren wanneer zelfstandig denken noodzakelijk is.
Innovatie en samenwerking in het onderwijs
Naast AI biedt digitale technologie kansen voor anatomieonderwijs. Virtual reality, augmented reality en interactieve 3D-modellen kunnen complexe anatomische structuren en aandoeningen inzichtelijker maken. Met 3D-geprinte modellen kunnen studenten en zorgprofessionals anatomie en pathologie bovendien tastbaar onderzoeken. Het doel is om deze innovaties verder te ontwikkelen en te onderzoeken hoe ze het leren verbeteren.
Ook moeten studenten actief betrokken worden bij onderwijsvernieuwing. Volgens de zelfdeterminatietheorie worden motivatie en ontwikkeling gestimuleerd door autonomie, competentie en verbondenheid. Studenten en docenten zijn daarom samen verantwoordelijk voor het onderwijs en vormen een gemeenschap waarin zij van elkaar leren.
Omgaan met maatschappelijke veranderingen en nieuwe uitdagingen in de gezondheidszorg
“De kern van mijn oratie is dat academische vorming verder gaat dan het aanleren van medische kennis en praktische vaardigheden. Het draait om persoonsvorming: het ontwikkelen van een kritische, nieuwsgierige, verantwoordelijke en continu lerende arts. Door wetenschap, technologische innovatie, inspirerende rolmodellen en samenwerking met studenten te combineren, kunnen toekomstige artsen beter omgaan met maatschappelijke veranderingen en nieuwe uitdagingen in de gezondheidszorg. Zo leren zij niet alleen medische problemen op te lossen, maar ook verschillende perspectieven te begrijpen en verbanden te herkennen om de patiëntenzorg te verbeteren, “ aldus Pattij.