VU hoogleraar Filosofie Monika Kirloskar-Steinbach en Guus Pengel, coördinator van de Anton de Kom-leerstoel, maken deel uit van het Koloniale macht en kennis (KMK) consortium en lichten toe waarom dit onderzoek belangrijk is.
Het consortium zal onderzoek doen naar de (wetenschappelijke) werkwijzen uit het verleden van de KNAW (Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen) en de invloed die deze tot op de dag van vandaag uitoefenen. Kirloskar-Steinbach: “Omdat het onderzoeksveld van de KNAW zo breed is, zijn werkpakketten opgesteld, elk met een eigen focus. Het werkpakket waar ik bij betrokken ben onderzoekt hoe wetenschap werd bedreven tijdens kolonialisme en slavernij, en wat dat ons vertelt over de ethiek van wetenschappelijke praktijken – toen en nu.”
Materiële en immateriële aspecten van de KNAW
Het onderzoek combineert casestudies met een analyse van bredere historische en structurele patronen. Daarbij wordt gekeken naar zowel materiële aspecten – zoals collecties en gebouwen – als immateriële aspecten, zoals de institutionele rol van de KNAW in het vormgeven van kennis. Kirloskar-Steinbach benadrukt dat het consortium nauw zal samenwerken met de KNAW, evenals met vertegenwoordigers van postkoloniale en diaspora-gemeenschappen. Pengel voegt daaraan toe: “Naast de Anton de Kom-leerstoel maakt ook CultureLab Consultancy in Jakarta deel uit van het consortium. Dankzij hun betrokkenheid is het eenvoudiger om in contact te komen met kennisnetwerken in de voormalige Nederlandse koloniën.”
Innovatieve vormen van kennisdeling
Om het onderzoek voor een breed publiek toegankelijk te maken, zet het consortium in op interactieve en publieksgerichte vormen van kennisdeling. Naast academische publicaties zal het team ook een tentoonstelling ontwikkelen. Het werkpakket van Pengel bestaat onder andere uit het produceren van een documentaire. “De documentaire zal de onderzoeksresultaten samenvatten en delen met studenten, promovendi en academici in Nederland en in het Mondiale Zuiden. Zo wordt het onderzoek voortdurend verrijkt door dialoog en reflectie, en ontstaat er ruimte voor gezamenlijke bewustwording,” aldus Pengel.
Internationale adviesraad
Gedurende het driejarige project wordt het consortium begeleid door een internationale adviesraad met vooraanstaande wetenschappers van vier continenten. “Zij zullen richting geven aan ons onderzoek,” besluit Kirloskar-Steinbach, “en op hun beurt kan ons werk via hen invloed hebben op hoe instellingen in andere landen reflecteren op en invulling geven aan hun eigen onderzoekspraktijken.”
Foto: Felix Stein