Gezondheidseconoom Yvonne Krabbe-Alkemade pleit samen met collega’s voor een cultuuromslag: mannen moeten structureel meer bijspringen in de ondersteuning van mensen met dementie.
Explosieve stijging zorgvraag
De cijfers liegen er niet om. Waar Nederland nu naar schatting 310.000 mensen met dementie telt, zal dit aantal de komende decennia groeien naar meer dan 610.000. De impact van dementie raakt daarmee een steeds grotere groep in de samenleving. Tegelijkertijd kampt de professionele zorg met grote personeelstekorten en stuurt het overheidsbeleid aan op ‘langer thuis wonen’.
Dat betekent dat familie en naasten niet alleen méér moeten doen, maar dat we ook steeds meer leunen op het sociale netwerk van mensen: buren, vrienden én vrijwilligers. Mantelzorg ontstaat daarbij vaak niet uit vrije keuze, maar uit noodzaak en emotionele verbondenheid, juist daarom is het systeem extra kwetsbaar. Deze verschuiving naar informele steun is essentieel om de stijgende zorgvraag op te vangen, maar brengt meteen een groot kwetsbaar punt aan het licht: informele zorg wordt nu zeer ongelijk geleverd.
Van de mantelzorgers voor mensen met dementie is 73 procent vrouw. Vrouwen verlenen niet alleen vaker mantelzorg, maar krijgen zelf ook vaker dementie en vormen bovendien een groot deel van het professionele zorgpersoneel. In het lopende onderzoek van Yvonne Krabbe-Alkemade, Fatima Amankour, Klarita Gërxhani, France Portrait en Marieke van Wieringen wordt gekeken naar de gevolgen van deze zorglast voor vrouwen en naar mogelijkheden om ondersteuning rondom dementiezorg in de toekomst eerlijker te verdelen.
Vrouwen leveren in op carrière en gezondheid
Deze ongelijke verdeling heeft grote gevolgen. Vrouwelijke mantelzorgers geven vaker hun carrièremogelijkheden op, werken minder uren en bouwen daardoor ook minder pensioen op. Bij tijdsgebrek door mantelzorg besteden vrouwen namelijk vooral minder tijd aan persoonlijke behoeften en betaald werk, terwijl mannen met name huishoudelijke taken verminderen. Daarnaast ervaren vrouwen vaker stress, angst en depressie dan mannelijke mantelzorgers.
Mannen die mantelzorgen, richten zich tevens vaker op logistieke en financiële taken, terwijl vrouwen de intensieve, dagelijkse lichamelijke verzorging en emotionele steun op zich nemen. Hoewel er beweging zichtbaar is in de manier waarop zorgtaken worden verdeeld, blijft het patroon hardnekkig en is extra inzet nodig om tot echte verandering te komen.
De rekensom: 580.000 extra mannen nodig
De onderzoekers maakten een veelzeggende berekening voor het jaar 2050. Als de zorg voor mensen met dementie op dezelfde manier wordt georganiseerd en vooral op de schouders van vrouwen terecht blijft komen, zijn er over 25 jaar ruim een half miljoen extra vrouwelijke mantelzorgers nodig. Dat is maatschappelijk en economisch onhaalbaar. Om in 2050 tot een echt evenwichtige verdeling te komen, zouden er naar schatting 580.000 mannelijke mantelzorgers moeten bijkomen, tegenover 170.000 vrouwen.
Oplossingen: vrijwilligers en verwachtingen
Hoe krijgen we die verdeling eerlijker? De VU-onderzoekers wijzen op twee belangrijke sporen:
- Vrijwillige inzet stimuleren, vooral onder mannen: Omdat mantelzorg vaak geen keuze is, maar vrijwilligerswerk dat wél is, ligt hier een belangrijke kans om de druk eerlijker te verdelen. Vrijwilligerswerk, burenhulp en laagdrempelige sociale ondersteuning kunnen een deel van de huidige onevenwichtigheid opvangen. Zeker nu het beleid sterker leunt op het sociale netwerk, is het nodig om sociale ondersteuning in brede zin te stimuleren en mannen hierin een grotere rol te geven.
- Rol van professionals: Ook in verpleeghuizen en de thuiszorg spelen onbewuste vooroordelen een rol. Zorgprofessionals benaderen vrouwelijke familieleden vaker voor verzorgende taken dan mannen. Door deze verwachtingspatronen te doorbreken, kunnen mannen beter betrokken worden bij de zorg.
Het onderzoeksteam gaat de komende tijd verder onderzoeken welke prikkels mannen effectief kunnen motiveren om meer zorgtaken op zich te nemen. Daarnaast onderzoeken zij de impact op (zorg)professionals die naast hun werk ook mantelzorg verlenen en hoe de combinatie van werk en mantelzorg beter kan worden gefaciliteerd.
Lees hier de volledige publicatie van het onderzoek.