Damian Trilling begon zijn loopbaan als journalist bij een regionale krant in Westfalen, waar hij tijdens zijn studie schreef over uiteenlopende onderwerpen, van koorbijeenkomsten tot lokale politiek. Die ervaring liet hem van dichtbij zien hoe de journalistiek veranderde. “De komst van de digitale camera was het begin. Iedereen dacht: dat kan ik ook. We hoeven geen fotograaf mee te sturen,” aldus Trilling. Deze technologische omslag viel samen met een dalende belangstelling voor lokale kranten, een toenemende mobiliteit van het publiek en een afwachtende houding binnen redacties en uitgeverijen. “Ze probeerden het allemaal uit te zitten,” merkt hij op. De gevolgen waren ingrijpend, veel journalisten verloren hun baan. Trilling besloot een andere weg in te slaan en koos voor de wetenschap.
Gefragmenteerd mediagebruik
Het hedendaagse mediagebruik is sterk gefragmenteerd. Nieuws komt allang niet meer uitsluitend via het achtuurjournaal of de krant. Een artikel dat op sociale media wordt gedeeld, is misschien afkomstig van de Volkskrant of NRC, maar de ontvanger krijgt daarnaast ook berichten van bijvoorbeeld nu.nl of GeenStijl. “Dat wordt een soort mix,” zegt Trilling. “En dat leidt tot een grotere invloed van metrics: clicks, shares en engagement bepalen niet alleen hoe nieuws wordt verspreid, maar beïnvloeden ook hoe journalisten hun werk doen. Ze hebben een sterke incentive om stukken zo te schrijven dat ze het goed doen op social media.”
Mee veranderen
Het wetenschappelijk onderzoek moet daarom mee veranderen, betoogt Trilling. Traditionele kwantitatieve en kwalitatieve methodes schieten in het huidige medialandschap tekort. “Je kunt niet meer simpelweg vragen: hoeveel dagen per week lees je de krant? Want zo consumeren mensen tegenwoordig geen nieuws meer.” Tegelijkertijd is het volgens hem naïef te veronderstellen dat mensen zich precies herinneren waar ze iets hebben gezien. “Als iemand me nu vraagt wat ik vandaag op social media heb gezien? Ik heb geen idee. Het is gewoon zoveel.”
Creatievere onderzoeksmethodes
Daarom pleit Trilling voor nieuwe, creatievere onderzoeksmethodes. Een voorbeeld daarvan is het onderzoek van zijn collega Tim Groot Kormelink, die browser- en appdata verzamelt en die samen met deelnemers bespreekt. “Daarmee kan je dus aan de ene kant de data beter interpreteren, maar ook voorkomen dat mensen antwoorden geven die niet overeenkomen met de realiteit.”
Bredere rol
Het team van Trilling ontwikkelt zelf nieuwsplatforms en algoritmes. Daardoor is de rol van de journalistiekwetenschapper veel breder geworden. “Je moet technische aspecten meenemen in je werk. Dat zal niet iedereen even prettig vinden, maar ik denk dat het niet anders kan als we willen blijven meepraten. Er gebeurt zoveel, zeker in het buitenland.”
Niet alleen clicks
Als voorbeeld noemt hij de Noorse publieke omroep, die werkt met door ChatGPT gegenereerde samenvattingen en een gepersonaliseerde website gekoppeld aan een nieuwsaanbevelingssysteem. “De belangrijkste vraag is dan: hoe ontwerp je een systeem zó, dat het niet alleen clicks oplevert, maar ook de waarden van de publieke omroep weerspiegelt? Clicks zijn niet onbelangrijk, maar ze mogen niet de enige maatstaf zijn. Als wetenschappers moeten wij nadenken hoe het beter kan. We kunnen niet terug naar een tijd waarin iedereen hetzelfde nieuws kreeg. En als algoritmes er toch zijn, laten we ze dan zo inzetten dat ze het publieke debat versterken en journalistieke waarden helpen bewaken.”
Alle programmeercodes, data en analyses van Trilling en zijn team, worden daarbij altijd open source beschikbaar gesteld, tenzij ethische overwegingen of privacy dit onmogelijk maken. “Anderen moeten ermee aan de slag kunnen of dat nu andere onderzoekers zijn of mensen in de journalistieke praktijk.”
Tien jaar
Hoe ziet het medialandschap er volgens Trilling over tien jaar uit? Hierover is hij voorzichtig optimistisch. “Sommigen denken dat we straks geen journalisten meer nodig hebben omdat ChatGPT alles kan schrijven. Dat is veel te pessimistisch.” Wel zullen sommige taken verdwijnen of veranderen, maar de kernfunctie van de journalistiek blijft volgens hem bestaan, zeker de onderzoeksjournalistiek. “Die blijft essentieel voor de samenleving.”
Kansen
“De komende jaren moeten we vooral uitzoeken hoe de journalistiek zich verhoudt tot platforms als social media”, zegt Trilling. “Dat is niet meer terug te draaien.” Tegelijkertijd ziet hij kansen: “Sinds de overname van Twitter door Musk en de opkomst van TikTok is er weer veel in beweging. Vijf jaar geleden waren Facebook en Twitter onaantastbaar. Nu is er ruimte om opnieuw na te denken hoe uitgevers en omroepen uit de afhankelijkheid van de Tech bedrijven kunnen komen.” Beleidsontwikkelingen zoals de AI Act en de Digital Services Act op Europees niveau kunnen daarin helpen. “Hopelijk kunnen we over tien jaar terugkijken op een periode van technologische wildgroei die uiteindelijk tot een beter, meer geordend medialandschap heeft geleid.”