Het onderzoek, gepubliceerd in het vakblad Geophysical Research Letters, laat zien dat dit niet alleen inzicht geeft in de geschiedenis van de Maas, maar ook helpt om toekomstige risico’s beter in te schatten. De methode kan bovendien worden toegepast op rivieren wereldwijd.
‘Streepjescode’
De onderzoekers vonden in de mm-dikke zandlaagjes, die tussen 3500 jaar geleden en de 19e eeuw zijn afgezet, een soort ‘streepjescode’ van meer en minder overstromingen. Die code laat zien dat de Maas in een herhalende trend van ongeveer zeven tot tien jaar in bepaalde jaren een grotere kans heeft te overstromen, en dat er ook langere cycli van ongeveer c. 300 jaar zijn. Opvallend genoeg komen deze patronen overeen met schommelingen in de zogeheten North Atlantic Oscillation – een klimaatsysteem dat weerpatronen en stormen beïnvloedt in het westen van Europa.
Volgens de onderzoekers is dit belangrijk nieuws. “We zien dat de overstromingspatronen van de Maas al duizenden jaren sterk verbonden zijn met wat er met het weer boven de Noord Atlantische Oceaan gebeurt,” aldus VU-aardwetenschapper en medeonderzoeker Willem Toonen. “Dat betekent dat klimaatveranderingen grote gevolgen kunnen hebben voor de rivier, ook in de toekomst.”
Omdat de kans op overstromingen toeneemt door de opwarming van de aarde, is kennis over zulke patronen van groot belang. Meetgegevens over overstromingen zijn vaak te kort of onvolledig om dit soort patronen goed te kunnen herkennen. Door gebruik te maken van oude rivierafzettingen, die als een soort natuurlijke archieven werken, kunnen wetenschappers veel verder terug in de tijd kijken en beter begrijpen welke factoren van belang zijn om overstromingsrisico’s te bepalen. Juist die natuurlijke uitgangssituatie en kennis van het systeem is heel belangrijk als je wil bepalen hoe de toekomst er uit kan gaan zien.
Foto: Voormalig Aardwetenschappenstudent Sanne Rip steekt met hulp van Kees Kasse en Hessel Woolderinksteken een onderzoeksboorkern - door Nina van Leeuwen