Hoe leveren we de beste zorg voor mensen met klachten aan het bewegingsapparaat, met name nek-en lage rugpijn, zonder de grenzen van onze middelen te overschrijden? Met die vraag opende Sidney Rubinstein donderdag 24 april zijn inaugurele rede als Bijzonder Hoogleraar ‘Optimizing Management of Musculoskeletal Health’ aan de VU Amsterdam.
Ruim 2 miljoen mensen in Nederland hebben te maken met nek -en rugklachten. De Global Burden of Disease Study, een grootschalig internationaal onderzoek uit 2019 dat de wereldwijde ziektelast in kaart brengt, bestempelt lage rugpijn zelfs als de meest voorkomende klacht die leidt tot uitval en beperkingen. Door vergrijzing zal dit maatschappelijke probleem in de toekomst alleen maar toenemen. Volgens Rubinstein is er veel winst te behalen door bij de behandeling van klachten te kiezen voor de meest doelgerichte aanpak. “De demografische opbouw van de bevolking verandert, wat leidt tot een toenemende druk op de gezondheidszorg. Het is daarom essentieel om inzicht te krijgen in de effectiviteit van behandelmethoden, zodat we doelgerichter mensen kunnen behandelen en daardoor de zorg op de lange termijn betaalbaar houden.”
Spinale manipulatieve therapie (SMT)
De benoeming van Rubinstein is voor vijf jaar. "In zijn onderzoek richt hij zich op de vraag hoe de zorg voor klachten aan het bewegingsapparaat geoptimaliseerd kan worden." Daarbij kijkt Rubinstein naar de effectiviteit en kosten van niet-farmacologische interventies, oftewel behandelingen zonder medicatie, voor klachten aan het bewegingsapparaat. Aan die lijst interventies mag spinale manipulatieve therapie, de therapie die binnen chiropractie, osteopathie en manuele therapie wordt toegepast, niet ontbreken. Daarnaast onderzoekt hij hoe patiënten zorgkeuzes maken, bijvoorbeeld op basis van kosten, effectiviteit, risico’s en behandelduur, met behulp van innovatieve onderzoeksmethoden zoals keuze-experimenten.
Kennis uit de praktijk
Rubinstein is sinds 2008 werkzaam als onderzoeker bij de afdeling Gezondheidswetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Daarnaast beschikt hij over dertig jaar praktijkervaring als chiropractor. Deze ervaring ziet Rubinstein als een waardevolle aanvulling op zijn werk als onderzoeker, omdat het hem helpt om relevante onderzoeksvragen te formuleren die aansluiten bij de dagelijkse praktijk van de zorg. “Ik weet wat er speelt bij patiënten en zorgverleners. Als klinisch specialist zie ik grote toegevoegde waarde in het toetsen van de praktijk aan objectieve wetenschappelijke standaarden en ervoor te zorgen dat onderzoek zowel relevant als methodologisch goed onderbouwd is,” aldus Rubinstein.
De bijzondere leerstoel “Optimizing Management of Musculoskeletal Health” aan de Vrije Universiteit in Amsterdam is gevestigd door de Nederlandse Chiropractoren Associatie (NCA), waar Rubinstein werkzaam is. Een bijzondere leerstoel wordt ingesteld om specifieke kennisgebieden of maatschappelijke thema’s te versterken binnen het academisch onderwijs en onderzoek. De externe partij heeft geen inhoudelijke invloed op het onderwijs of onderzoek. Een bijzonder hoogleraar werkt volledig volgens de academische normen van wetenschappelijke objectiviteit en integriteit.