Slangenbeten veroorzaken ieder jaar wereldwijd meer dan een half miljoen ernstige vergiftigingen, vooral op plekken in Zuidoost-Azië, Latijns-Amerika en Afrika waar medische zorg niet goed bereikbaar is. Het tegengif dat we nu gebruiken is vaak moeilijk beschikbaar, kan bijwerkingen geven en werkt niet tegen beten van alle soorten slangen. Hierdoor overlijden mensen door een slangenbeet, of raken ze gehandicapt.
Verschillende gifstoffen onderscheiden
Slangengif is zeer complex en bestaat uit tientallen tot honderden verschillende giftige stofjes. Slagboom onderzocht daarom hoe we die verschillende gifstoffen beter kunnen onderscheiden en koppelen aan hun schadelijke werkingen.
In het laboratorium scheidde Slagboom verschillende soorten slangengif in kleinere onderdelen, zodat hij kon zien welke stoffen er precies in zitten. Vervolgens testte hij deze onderdelen met moderne meetapparatuur die nauwkeurig kan bepalen welke eiwitten er aanwezig zijn. Ook voerde hij bioassays uit: tests waarmee je kunt zien wat een gifstof doet, zoals bloed laten stollen of iemand verlammen.
Nieuwe analysemethoden
Slagboom: “Door deze meetresultaten en testgegevens te combineren, kon ik een duidelijk beeld krijgen van welke gifstoffen het gevaarlijkst zijn en hoe ze werken. Ook heb ik nieuwe analysemethoden ontwikkeld die dit proces sneller en efficiënter maken.”
Met de nieuwe analysemethoden kunnen wetenschappers en farmaceuten betere, veiligere en betaalbare tegengiffen ontwikkelen. Zo kunnen ze nieuwe antistoffen testen die precies de juiste gifstoffen uit een slangenbeet neutraliseren. Al binnen elke jaren kan dit bijdragen aan nieuwe behandelingen die wereldwijd veel levens redden.
Slagboom verdedigt zijn proefschrift op 31 oktober. Lees het hele proefschrift via deze website.