Breuken als obstakel voor grondwater
De ondergrond van Brabant wordt gekenmerkt door talloze breuken. Deze breuken vormen vaak een natuurlijke barrière voor grondwaterstroming. ''Om te begrijpen waarom sommige breuken zo slecht water doorlaten, werd een vijfentwintig meter lange en tweeënhalve meter diepe sleuf over de Peelrandbreuk bij Uden gegraven. In die sleuf onderzochten we de bodemlagen langs de breuk en namen we monsters. In de laboratoria werden vervolgens de doorlaatbaarheid, korrelgrootte en microscopische eigenschappen van de sedimenten gemeten'', legt aardwetenschapper Rimbaud Lapperre uit.
Nieuw mechanisme ontdekt
Het onderzoek van VU-aardwetenschappers Lapperre, Cornelis Kasse en Ronald van Balen en WUR-onderzoeker Victor Bense liet zien dat de slechte doorlatendheid niet door één oorzaak komt, maar door een combinatie van factoren. Cruciaal is het verplaatsen van kleine sedimentdeeltjes, zoals klei, silt en fijn zand, binnen een matrix van grover zand. Deze deeltjes hopen zich op langs het breukvlak en blokkeren de waterstroom, een mechanisme dat tot nu toe nog niet eerder is beschreven.
Implicaties voor natuur en waterbeheer
De bevindingen hebben grote praktische waarde. Voor de provincie Noord-Brabant is het inzicht belangrijk bij het herstel van natuurgebieden in en rond de Peel, oorspronkelijk een veenmoeras. Ronald van Balen; ''In het verleden is de waterkerende werking van breuken kapotgemaakt om landbouw mogelijk te maken. Door de waterkerende werking van breuken te herstellen, kan overtollig regenwater worden opgeslagen, wat van groot belang is in drogere zomers door klimaatverandering.'' Daarnaast kan het beheer van oppervlaktewater, drinkwaterwinning en geothermie beter worden afgestemd op de ondergrondse structuren. Het onderzoek draagt ook bij aan de ambitie van gemeenten en provincie om het Peelgebied als Unesco Geopark te erkennen.