Gelijk na de eerste vraag onderbreekt ze de interviewer al: “Sorry, maar dit is een gesloten en ook wat suggestieve vraag. Interviews vind ik best ingewikkeld omdat het mijn vakgebied is om suggestieve vragen te spotten. Ik zal mijn best doen mij daar niet door af te laten leiden”, lacht Vredeveldt, die binnenkort haar oratie zal uitspreken als hoogleraar Rechtspsychologie. Ze pleit voor culturele bescheidenheid. Kort gezegd: erkennen dat je eigen referentiekader nooit neutraal is, dóórvragen en aandachtiger luisteren naar de ander.
“In Zuid-Afrika is het zaadje geplant”
Voor een postdoconderzoek werkte Vredeveldt aan de Universiteit van Kaapstad. Samen met de Zuid-Afrikaanse politie legde ze honderd verhoren met getuigen en slachtoffers van zware misdrijven vast op video. Voor een later onderzoek was het plan om deze verhoren met elkaar te vergelijken. Hiervoor gebruikte ze drie door de overheid gedefinieerde raciale categorieën: Black, White en Coloured. Met als uiteindelijk doel om richtlijnen op te stellen voor het interculturele verhoor. Gaandeweg drong een fundamentele vraag zich op: wat is een culturele groep eigenlijk en kan je die wel eenduidig vatten?
“Het simpele antwoord is nee”, zegt Vredeveldt nu resoluut. Ze vervolgt: “Die persoon die in de verhoorkamer zit, is zoveel meer gelaagd en heeft allerlei unieke identiteiten die je niet kunt reduceren tot bijvoorbeeld de plek waar zij geboren is. Het idee dat je ‘competent’ kunt zijn in een bepaalde cultuur is daarom een illusie. Ik pleit voor culturele bescheidenheid in het strafrecht: welke aannames en vooroordelen neem je zelf mee als je die verhoorkamer of rechtszaal binnenstapt? Als je een verdachte moet ondervragen in een zaak waarbij een kind misbruikt is, is het goed om na te gaan of je zelf hier heftige emoties bij voelt. In Zuid-Afrika is het zaadje geplant van deze overtuiging."
Mijn ontelbare identiteiten
Eenmaal terug in Nederland las de rechtspsycholoog het boek Mijn ontelbare identiteiten van antropoloog en VU-collega Sinan Çankaya. Aan de hand van zijn eigen levensverhaal legt Çankaya uit dat we bestaan uit talloze unieke identiteiten en wat het met een mens doet als je teruggebracht wordt tot één allesbepalende identiteit. “Het boek raakte mij en zette aan tot reflectie: welke identiteiten maken mij wie ik ben? Ook daar zal ik tijdens mijn oratie bij stilstaan omdat die laten zien dat we baat hebben bij verder denken dan alleen culturele achtergrond.”
Vredeveldt somt vervolgens haar identiteiten op: die van wetenschapper, Nederlander getrouwd met een Zuid-Afrikaan en die van biseksuele vrouw: “Ik deel dit omdat niemand in één hokje past, en omdat zichtbaarheid ertoe doet. Uit onderzoek weten we bijvoorbeeld dat biseksualiteit nog steeds leidt tot onbegrip en uitsluiting.” Zo sluiten haar ‘oneindige identiteiten’ aan bij haar pleidooi voor culturele bescheidenheid: minder zeker weten, meer vragen en meer bewustzijn voor welke aannames je zelf eigenlijk hebt. “Het is een oproep die ik duidelijk wil laten klinken tijdens mijn oratie en in mijn werk als hoogleraar.”
Sleutelfiguren in het strafrechtsysteem
Waarheidsvinding staat centraal bij politieverhoren. Vredeveldt trainde de afgelopen jaren verhoorders in open verhoormethodes: meer open vragen, geen suggestieve formuleringen en meer regie voor getuigen. “Dat is culturele bescheidenheid in de praktijk. Ik ben ervan overtuigd dat dit bijdraagt aan die waarheidsvinding.”
Waar Vredeveldt zich jarenlang richtte op de mensen die verhoord werden, wil ze nu haar aandacht verleggen naar de sleutelfiguren in het strafrechtsysteem zoals de politie, gerechtelijk deskundigen en de rechtspraak. “Rechters hebben veel macht in onze samenleving. Uiteindelijk beslissen zij wie naar de gevangenis gaat. We moeten beter begrijpen hoe zij tot oordelen komen en hoe culturele bescheidenheid daar een rol in kan spelen. Mijn overtuiging is dat dit bijdraagt aan een rechtvaardiger systeem. Ik kijk er dan ook naar uit om deze inzichten binnenkort te delen tijdens mijn oratie.”
Aan het einde van het gesprek glimlacht Vredeveldt wanneer de interviewer zegt veel te hebben opgestoken. “Dank; ik hoorde vandaag weinig suggestieve, vooral open vragen. Dat helpt en brengt het gesprek gelijk verder.”
De illusie van culturele competentie in het strafrecht is de titel van de oratie die Annelies Vredeveldt uitspreekt op donderdag 13 november.