Tekst: Shirley Haasnoot | Foto: Anja Robertus
Het is nog donker als geneeskundestudent Anna Huisman op een maandagochtend in december om 8.00 uur ‘op zaal’ begint, op de ziekenhuisafdeling Medische oncologie op de derde verdieping aan De Boelelaan. Het zijn de laatste weken van haar stage voordat ze officieel arts-onderzoeker is.
Twee uur later zit ze vijf verdiepingen hoger aan tafel met Kathelijn Versteeg, internist-oncoloog en onderzoeker in de geriatrische oncologie, om te vertellen over hun tweejarige project ‘Passende zorg voor ouderen met kanker’, dat begin 2026 van start gaat.
‘We willen op de poli niet alleen naar hun ziekte kijken’
Sinds 2019 kunnen kwetsbare oudere kankerpatiënten, vanaf rond de zeventig jaar, worden doorverwezen naar de polikliniek Geriatrische oncologie, voordat ze met hun oncologische behandeling beginnen. Daar bespreken ze met Versteeg en haar collega Josephine Stoffels, internist ouderengeneeskunde, welke zorg mogelijk is. Want als een oudere patiënt kwetsbaar is, betekent dit dat er naast de ziekte ook andere lichamelijke of psychische problemen kunnen zijn die bij de behandeling van kanker tot een verhoogd risico op een negatieve uitkomst leiden.
‘Vaak staan onze patiënten voor moeilijke behandelbeslissingen’, zegt Versteeg. ‘We willen op de poli daarom niet alleen naar hun ziekte kijken maar ook naar de rest van hun situatie. Hebben ze ook andere ziektes, hoe is hun stemming en geheugen, spelen er verslavingen zoals roken of alcohol, zijn ze nog zelfstandig en hebben ze ondersteuning van hun omgeving? In het ziekenhuis is er veel kennis over ziektes, maar je moet ook kennis hebben over de persoon die voor je zit.’
‘Verlies van spierkracht kan grote gevolgen hebben voor iemands zelfstandigheid’
In de poli neemt Versteeg veel tijd om er met de patiënt achter te komen en te verwoorden wat diegene zelf belangrijk vindt, wat hem drijft in het dagelijks leven, hoe iemand kijkt naar zijn ziekte en de eventuele behandeling daarvan. ‘Als een patiënt bijvoorbeeld zegt dat zelfstandigheid voor haar het allerbelangrijkste is, kunnen we samen bespreken hoe het behandeltraject eruit komt te zien, en waar dat botst met de waarde van het zelfstandig zijn.’
Daarbij kijkt Versteeg, zelf gespecialiseerd in darmkanker, in detail naar het type kanker. Zo kunnen tumoren die de spijsvertering beïnvloeden, zoals slikken of de opname van voedsel in de darm, ertoe leiden dat oudere patiënten veel gewicht en daarmee spierkracht verliezen. Dat kan grote gevolgen hebben voor iemands zelfstandigheid. ‘Om een juiste beslissing te nemen moet iemand zo goed mogelijk geïnformeerd zijn.’
Na hun behandeling leven patiënten gemiddeld minder dan negen maanden
Versteeg en haar collega Stoffels zagen sinds de oprichting van de polikliniek Geriatrische Oncologie, zo’n zes jaar geleden, meer dan duizend patiënten. De gegevens die zij van deze patiënten hebben verzameld, zegt Versteeg, wijzen erop dat vooral de bestrijding van kanker bij kwetsbare ouderen voorop staat.
Terwijl het ook een keus kan zijn om niet te behandelen. Soms ondergaan patiënten loodzware operaties of stamceltransplantaties. Die behandelingen hebben een hoge kans op complicaties en kunnen de kwaliteit van leven ernstig aantasten. Na hun behandeling leven patiënten gemiddeld minder dan negen maanden.
‘Oudere patiënten worden vaak niet meegenomen in medische studies’
‘Kankerbehandeling gaat volgens protocollen die zijn gebaseerd op oncologische studies’, zegt Huisman. ‘Maar juist oudere patiënten worden vaak niet meegenomen in deze studies. Ze vormen een heel diverse groep en onderzoekers kijken vaker naar groepen patiënten die op elkaar lijken, zodat je geen rekening hoeft te houden met allerlei externe factoren die de uitkomst kunnen beïnvloeden.’
Sommige patiënten laten veel veerkracht zien en hebben een sterke behandelwens. ‘Als je dat kunt ondersteunen zodat mensen een behandeling goed kunnen doorlopen, vind ik dat heel waardevol’, zegt Versteeg. Andersom komt het ook voor dat Versteeg patiënten kan helpen om zich juist niet te laten behandelen. ‘We krijgen ook wel eens iemand op de poli die zelf eigenlijk voelt dat hij niet wil doorgaan in het ziekenhuistraject, maar niet de woorden of de rust heeft om dat tegen de dokter of zijn kinderen te zeggen.’
Het past bij de idealen van de VUvereniging, die het project ondersteunt, dat artsen en patiënten het voor de behandeling samen kunnen hebben over de waarden van de patiënt, vinden Versteeg en Huisman. En dat als er voor een ingrijpende behandeling gekozen wordt, er ook achteraf goede ondersteuning is. Zo kan er contact zijn met de huisarts of hulp om thuiszorg te regelen, er kan advies komen wat betreft de juiste voeding, en er is ondersteuning van de mantelzorger.
‘Onze afwegingen zullen hierdoor ook gebaseerd zijn op cijfers’
‘Ik loop hier nu zo’n zes jaar rond’, zegt Huisman, ‘en ik ben erg gestimuleerd om het beste uit mezelf te halen. In dit ziekenhuis heb ik altijd het gevoel dat we een gemeenschappelijk doel hebben en dat we in deze interessante omgeving niet alleen behandelen maar ook bespreken, en samen met de patiënt optrekken.’
In het nieuwe jaar gaat Huisman de verzamelde data op de poli analyseren. ‘Wat ik mooi vind aan dit project is dat onze afwegingen hierdoor ook gebaseerd zullen zijn op cijfers. In de praktijk zal ik steeds meer leren om ook zelfstandig die belangrijke gesprekken met patiënten te voeren. Maar door dit onderzoek kunnen we meer te weten komen over wat we doen, waarom we bepaalde beslissingen nemen en hoe dat nog beter kan.’
Het project ‘Passende zorg voor ouderen met kanker’ loopt sinds 2025 in het Amsterdam UMC, locatie VUmc. Het wordt ondersteund door de VUvereniging.