De studie, uitgevoerd door de Psychiatric Genomics Consortium Cross-Disorder-werkgroep en gepubliceerd in Nature, analyseerde DNA van meer dan zes miljoen mensen wereldwijd. Het is daarmee de meest uitgebreide genetische studie naar mentale gezondheid tot nu toe.
Vijf genetische hoofdgroepen
Uit de analyses kwamen vijf grote genetische groepen naar voren die veel psychiatrische aandoeningen met elkaar verbinden. Zo blijken bijvoorbeeld anorexia nervosa, OCD en het syndroom van Tourette gedeeltelijk dezelfde genetische kenmerken te delen. Ook depressie, angst en PTSS bleken sterk genetisch verwant, net als schizofrenie en bipolaire stoornis.
Daarnaast vormden autisme en ADHD samen een duidelijke genetische groep, terwijl middelengebruik - zoals alcohol- of drugsverslaving - een eigen cluster vormde. Deze indeling laat zien dat aandoeningen die we traditioneel als losstaand beschouwen, biologisch gezien vaak overlappen.
Belangrijke genetische routes in de hersenen
De onderzoekers vonden 238 genetische varianten die duidelijk verband houden met de vijf groepen. Die varianten wijzen op specifieke processen in de hersenen. Bij schizofrenie en bipolaire stoornis spelen bijvoorbeeld vooral genen in exciterende neuronen een rol. Bij depressie en angst gaat het juist vaker om genen die actief zijn in oligodendrocyten, cellen die helpen bij signaalgeleiding in de hersenen.
Wat betekent dit voor de samenleving?
De resultaten onderstrepen dat psychische aandoeningen vaak niet los van elkaar staan: ze delen een biologisch fundament. Dat inzicht kan op verschillende manieren impact hebben:
- Betere diagnostiek: Door te begrijpen welke aandoeningen genetisch samenhangen, kunnen artsen en onderzoekers werken aan een classificatie die meer aansluit bij de biologie dan bij de huidige symptomatische indeling.
- Gerichtere behandelingen: De geïdentificeerde genetische routes bieden nieuwe aangrijpingspunten voor toekomstige medicijnen en therapieën, vooral voor mensen die meerdere psychische aandoeningen tegelijk hebben.
- Minder stigma: Door te benadrukken dat veel psychische aandoeningen voortkomen uit gedeelde biologische factoren, kan het onderzoek bijdragen aan meer begrip en minder schuldgevoelens bij patiënten en hun omgeving.
De onderzoekers, waaronder neurowetenschapper Christiaan de Leeuw van de Vrije Universiteit Amsterdam, noemen hun werk “een stap richting een biologisch geïnformeerde kaart van psychische aandoeningen” een kaart die in de toekomst kan helpen bij betere preventie, snellere herkenning en effectievere behandeling van mentale problemen.