Tekst: Shirley Haasnoot | Foto's: Peter Valckx
‘Het wordt wel eens vergeten, maar Nederland was al in de 19e eeuw een heel pluriforme samenleving, zegt universiteitshistoricus Ab Flipse in zijn werkkamer aan De Boelelaan. ‘Het was nogal een verschil of je katholiek of protestants was, gereformeerd, liberaal, joods of ongelovig. En die verscheidenheid was bijzonder in een tijd dat België dominant katholiek was, Engeland anglicaans en de Scandinavische landen luthers.’
Abraham Kuyper vond dat je recht moest doen aan die pluriformiteit, vertelt Flipse. ‘Hij was natuurlijk een superoriginele denker, die boekenkasten volgeschreven heeft. De kern van zijn gedachtegoed draait om de vraag hoe je een samenleving vormgeeft die bestaat uit groepen met denkbeelden en geloven die elkaar eigenlijk uitsluiten. Kuyper vond dat iedereen op zijn eigen voorwaarden moest kunnen participeren in de samenleving.’
‘Het was iets volstrekt nieuws dat een vereniging een eigen universiteit ging besturen’
De Vrije Universiteit Amsterdam, vrij van staat en kerk, kwam voort uit dat idee, op 5 december 1878. Die dag kwamen Kuyper en een groep vooraanstaande Amsterdammers bijeen, ondernemers uit de kring rond de steenrijke bierbrouwer Willem Hovy. Uit ontevredenheid met de bestaande universiteiten in Nederland richtten deze mannen de VUvereniging op, voluit de Vereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerden Grondslag. En het was het bestuur van de VUvereniging dat twee jaar later de VU stichtte, met Abraham Kuyper als eerste rector magnificus.
‘Het was iets volstrekt nieuws’, zegt Flipse. ‘Een vereniging die de rol van de minister van Onderwijs overnam en een eigen universiteit ging besturen. Betaald door particulieren die gereformeerd hoger onderwijs heel belangrijk vonden en zelf de leiding namen.’ De eerste voorzitter van het college van directeuren, die samen het bestuur vormden, was Willem Hovy. Het was een functie die hij naast zijn bedrijf bijna 20 jaar zou bekleden.
‘Hoogleraar Gerard Sizoo ging ’s avonds lezingen geven aan leden van de VUvereniging in het hele land’
Ondernemers bleven tot ver in de 20e eeuw deel uitmaken van het bestuur. Zo was Henderikus Bos Kzn, directeur van een grote houthandel, tussen 1917 en 1962 gedurende 26 jaar lid van het college van directeuren. Flipse: ‘De enorme collectie oude drukken en atlassen die hij tijdens zijn leven had verzameld, heeft hij na zijn dood grotendeels geschonken aan de Universiteitsbibliotheek.’
Besturen en bewaken van de gereformeerde identiteit
Vanaf de oprichting was de VUvereniging verantwoordelijk voor twee belangrijke zaken. Ten eerste bestuurde het college van directeuren de universiteit. Het zorgde ervoor dat er genoeg inkomsten waren, dat de begroting op orde was, de gebouwen werden onderhouden en het besliste over de benoeming van hoogleraren. Daarnaast vond jaarlijks een algemene ledenvergadering plaats, waar de leden stemden over allerlei lopende zaken.
Ten tweede was er de gereformeerde identiteit, die door de VUvereniging bewaakt werd. ‘Het was de bedoeling dat alles zou raken aan die identiteit’, zegt Flipse. ‘Maar in de praktijk kon dat natuurlijk niet altijd. De eerste hoogleraar in de kernfysica, Gerard Sizoo, ging in de jaren dertig ook gewoon onderzoek doen naar de karakteristieken van het radioactieve verval van bepaalde uraniumisotopen.’
‘Kinderen van de lagere burgerij gingen als eersten in hun familie naar de universiteit’
Wel was het zo dat alle hoogleraren in die tijd het zich tot taak stelden om na te denken over hun vakgebied in relatie tot het geloof. En dus ging Sizoo ’s avonds lezingen geven aan leden van de VUvereniging in het hele land. Bijvoorbeeld over de relatie tussen kwantummechanica en wereldbeschouwing.
‘Andere universiteiten hadden veel meer afstand tot de samenleving, dat waren de spreekwoordelijke ivoren torens’, zegt Flipse. ‘Door de VUvereniging wisten die VU-hoogleraren de gereformeerde lagere burgerij te bereiken, de gewone mensen, door Kuyper ook wel kleyne luyden genoemd. Ook meldde zich een nieuwe groep studenten aan de poort, kinderen van die gewone mensen, die als eersten in hun familie naar de universiteit gingen.’
‘De VU-vrouwen waren natuurlijk geen feministes die de barricades opgingen'
Voor de vrouwen van de gereformeerde bestuurders werd de aan de VUvereniging gelieerde organisatie Vrouwen VU-hulp een manier om zich te emanciperen. Het waren natuurlijk geen feministes die de barricades opgingen’, zegt Flipse, ‘en ze begonnen ondersteunend, door geld op te halen dat hun mannen vervolgens konden uitgeven.’
Maar al snel groeide de Vrouwen VU-hulp met het beroemde collectebusje uit tot een enorme organisatie waar in de jaren vijftig zo’n 100.000 huisvrouwen in het hele land aan meededen. In de praktijk betekende dit dat vrouwen belangrijke bestuurlijke taken op zich namen en steeds meer gingen beslissen waar ze hun geld aan uit wilden geven. Zo werd met het ingezamelde spaargeld in 1950 de medische faculteit opgericht en in 1966 het ziekenhuis.
De veranderende rol van de VUvereniging
Twee bestuurlijke veranderingen, begin jaren zeventig en midden jaren negentig, leidden ertoe dat de oorspronkelijke rol van de VUvereniging ingrijpend veranderde. Sinds een wetswijziging in 1970 werd de VU, inmiddels uitgegroeid tot een instituut met zo’n 10.000 studenten, op dezelfde manier gefinancierd als de rijksuniversiteiten. Het geld hoefde niet meer uit collectebusjes of van grote donateurs te komen.
De keerzijde was wel dat de VU grotendeels mee moest doen met de regels die de overheid had opgesteld voor het hoger onderwijs. De universiteit van Abraham Kuyper en Willem Hovy moest, passend bij de tijdgeest, democratischer worden. Er kwam een college van bestuur en zowel het personeel als de studenten kregen meer inspraak via de universiteitsraad - die laatste groep overigens pas nadat ze het Hoofdgebouw enige tijd hadden bezet.
‘Onder druk van de tijdgeest veranderde de bijzondere identiteit, van gereformeerd tot meer algemeen christelijk’
De VUvereniging kwam meer op afstand te staan van het dagelijkse bestuur maar bleef wel verantwoordelijk voor alle besluiten die raakten aan de bijzondere identiteit, zoals de benoeming van hoogleraren.
Maar onder druk van de tijdgeest veranderde ook die bijzondere identiteit, van gereformeerd tot meer algemeen christelijk. In de praktijk leidde dat tot minder discussies over geloof en wetenschap en was er meer aandacht voor engagement, zowel in Nederland als internationaal. De VUvereniging ging zich richten op vrouwenrechten, het milieu en ontwikkelingssamenwerking, bijvoorbeeld door hoger onderwijs in opkomende landen te ondersteunen.
Na een wetswijziging in de neoliberale jaren negentig verloor de VUvereniging nog meer van haar invloed. De Nederlandse universiteiten kregen een grotere zelfstandigheid ten opzichte van de overheid en het bestuur werd verder geprofessionaliseerd. De VUvereniging die ooit de hele universiteit integraal had bestuurd, ging zich nu meer richten op de ondersteuning van projecten die raakten aan de identiteit en de oorsprong van de VU.
Een enorm netwerk van uiteenlopende mensen
‘De VUvereniging heeft lang het verleden als ijkpunt gehad, waarin het vanuit een brede basis de VU bestuurde’, zegt Flipse. ‘Maar de laatste tien jaar is de slag gemaakt naar een vorm van vernieuwing. De nieuwe Ledenraad die in oktober van start ging is flink verjongd en bestaat uit allerlei betrokkenen in de samenleving, die een band voelen met de VU en haar bijzondere identiteit.’
Momenteel steunt de VUvereniging uiteenlopende projecten en activiteiten op de campus en binnen de verschillende studies. Te denken valt aan het Déjà VU Festival, activiteiten van het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme, debatcentrum NewConnective en de Martin Luther King Lezing. De leden van de VUvereniging vormen samen met de alumni een enorm netwerk van uiteenlopende mensen, die elkaar bij zulke bijeenkomsten kunnen ontmoeten.
‘Heb je nog wat aan die dictaten die ik destijds gemaakt heb van mijn college?
‘Die dingen kunnen plaatsvinden omdat de VUvereniging ze ondersteunt’, zegt Flipse. ‘Ik ben daar als universiteitshistoricus vaak bij en kom dan allerlei mensen tegen. Soms hebben ze oude spullen van vroeger, en vragen ze: “Hé, heb je nog wat aan die dictaten die ik destijds gemaakt heb van mijn college?” Nou, dan zorg ik dat die in het archief terecht komen, waar de conservatoren van de Universiteitsbibliotheek er goed voor zorgen.’
Nog steeds voelt de VUvereniging een bijzondere verantwoordelijkheid ten opzichte van de traditie waaruit zij voortkomt, zegt Flipse. ‘Door een universiteitshistoricus te ondersteunen bijvoorbeeld. Bij mij kun je met al je vragen terecht over wanneer de faculteit Natuurkunde werd opgericht, of je eigen studievereniging. En binnenshuis hebben we zo’n drie kilometer aan archiefdozen met materiaal over protestantse organisaties en tien meter archief van Abraham Kuyper.’
De erfenis van de VUvereniging
De VU is inmiddels een brede onderzoeksuniversiteit met meer dan 30.000 studenten, waarvan zo’n 6.000 uit het buitenland komen. Toch zijn er nog steeds zaken te noemen die de VU onderscheiden van andere universiteiten en die teruggaan tot het begin van de VUvereniging.
Flipse: ‘Honderd jaar gelden gingen hoogleraren het land in om gewone mensen iets uit te leggen over kernfysica. En nog steeds zijn we erg gericht op de samenleving. In alle opleidingen is er oog voor de bredere context waarin het eigen vakgebied functioneert, met vakken als wetenschapsfilosofie en wetenschapsgeschiedenis. Ik doceer dat zelf ook wel eens.'
‘Nadenken over de verantwoordelijkheden die academische vrijheid met zich meebrengt, blijft onverminderd relevant’
De VUvereniging werd opgericht ‘vrij van staat en kerk’. Wat zijn de verantwoordelijkheden van een onafhankelijke universiteit en van academische vrijheid? De vragen die de oprichters van de VU zich stelden zijn onverminderd relevant en er wordt op ieder niveau over nagedacht. Van de toespraken tijdens de opening van het academisch jaar of de Dies Natalis, tot studentendebatten in dialoogcentrum 3D en het VU Academic Freedom Program voor vervolgde wetenschappers. Flipse: ‘Het zit in het dna van de VU.’
Ook trekt de VU nog altijd nieuwe groepen studenten. Dat zijn momenteel veel studenten met een migratieachtergrond, onder wie veel moslims. ‘Misschien komt het doordat er bij ons ruimte is voor religie en levensbeschouwing. Dat moet natuurlijk niet direct van invloed zijn op je onderzoek, maar aan de VU hoef je het ook niet thuis te laten.’ Flipse werkt sinds dit jaar met collega’s aan het project ‘Een mondelinge geschiedenis van islam aan de VU, 1980-2020’, dat wordt ondersteund door de VUvereniging.
‘De VU kan teruggrijpen op het verleden, met al die interessante personen uit de begintijd’
Bovendien is de band met het bedrijfsleven niet vergeten. Op het campusterrein worden startups ondersteund en sinds 2024 is er een bijzonder hoogleraar Familiebedrijven. Flipse: ‘Ik denk dat we die band een tijdje kwijt zijn geweest in de jaren zeventig en tachtig, toen de universiteit behoorlijk links was en er weinig oog was voor ondernemerschap. Maar nu dat weer terug is, kan de VU teruggrijpen op het verleden, met al die interessante personen uit de begintijd.’
‘Zo werkt het soms: je vergeet een deel van je verleden en als de tijd er rijp voor is, herontdek je het weer. Zo is er altijd weer iets nieuws te ontdekken in die geschiedenis waartoe je je moet verhouden.’
Dat geldt in onze huidige gepolariseerde tijd ook voor het gedachtegoed dat leidend was bij de oprichting. ‘Abraham Kuyper vond: je moet verschillen niet verdoezelen of een soort geforceerde uniformiteit afdwingen, maar volledig recht doen aan de pluriformiteit in een samenleving. En in het publieke domein moeten al die verschillende stromingen voortdurend met elkaar in debat blijven. In de politiek, de pers en ook aan de universiteit.’
Universiteitshistoricus Ab Flipse (1977) studeerde natuurkunde en wetenschapsfilosofie tussen 1997 en 2003 aan de VU. Hij promoveerde hier in 2014 op een proefschrift over de relatie tussen religie en natuurwetenschappen in Nederland tussen 1880 en 1940, getiteld Christelijke wetenschap.