“Een prachtig project,” vertelt Myrthe enthousiast. “Het was ons doel om de vele schrijfsels – overwegend correspondentie – van Abraham Kuyper toegankelijk te maken. Daarnaast wilden we onderzoeken hoe we AI hierin kunnen gebruiken, zodat we gescande brieven automatisch om kunnen zetten in leesbare bestanden.” Geen overbodige luxe, aangezien het Historisch Documentatie Centrum (HDC) van de VU maar liefst zo’n 100 dozen Kuyper-archief in beheer heeft en er onverminderd belangstelling is voor zijn werk. Bovendien wacht nog ongeveer 4 kilometer ander archiefmateriaal in het HDC op digitale ontsluiting.
“Want dat is het mooie,” vertelt Myrthe, ”dat we met de kennis en ervaring uit dit project straks ook andere archieven sneller en beter kunnen ontsluiten.” Ze doelt op het AI-model dat ze getraind hebben om het handschrift van Kuyper te ontcijferen. “We hebben Transkribus, een veelgebruikte Europese AI-tool binnen archiefinstellingen, eerst met handmatige transcripties gevoed,” legt ze uit. “Dat is heel veel werk, omdat je eerst documenten handmatig, woord voor woord, moet ontcijferen. Zeker met zo’n lastig handschrift als dat van Kuyper is dat echt monnikenwerk. Vervolgens ga je dan gescande documenten automatisch laten transcriberen en check je hoeveel fouten daar nog in zitten. Dat geef je terug aan het model, zodat dat weer aangescherpt wordt.”
Dit lijkt eenvoudig, maar er zit er nog veel nauwkeurig handwerk in. “We naderen nu de afronding”, vertelt Myrthe. “En dan hebben we een AI-model dat het handschrift van Kuyper met minder dan 10% foutmarge kan transcriberen; dat is een heel goede score! Dit model kan dan ook buiten het VU-archief worden gebruikt, zodat Kuypers nalatenschap ook elders in Nederland toegankelijk wordt en het niet meer uitmaakt waar zo’n document zich bevindt.”
“Want daarin schuilt de meerwaarde van dit project,” licht Myrthe toe. “Dat we Kuypers archief overal kunnen ontsluiten, maar straks ook andere archieven die we met dit AI-model op dezelfde wijze kunnen trainen. Ik zou bijvoorbeeld heel graag verder willen gaan met archieven waar veel correspondentie in zit van bestuurders en hoogleraren die aan de VU verbonden waren. Omdat de brief en het antwoord dan gezamenlijk bekeken kunnen worden, kunnen contacten beter onderzocht worden en dat levert een goede inkijk in het verleden op. Zo faciliteren wij met óns werk onderzoekers, zodat zij met hún werk de verhalen en inzichten uit geschreven teksten kunnen halen en delen.”