“Vorige week ontving ik Tweede Kamerleden Laurens Dassen (VOLT), Claudia van Zanten (BBB) en Femke Zeedijk (NSC), samen met Peter van Tienderen, decaan Bètafaculteit van de UvA. We hadden ook studenten van onze universiteiten uitgenodigd. De insteek van het bezoek was om ook de Kamerleden meer te informeren over het belang van ons bèta-technisch onderwijs en onderzoek.”
Het belang van bèta
“Er liggen natuurlijk grote uitdagingen voor ons en andere universiteiten. Wat wij over het voetlicht willen brengen, is hoe belangrijk bèta- en technisch onderzoek is voor de innovatiemotor van Nederland. En hoe internationaal we hierin opereren.”
“Omdat wij onderdeel zijn van algemene universiteiten zijn, heb ik benadrukt dat oplossingen niet alleen uit bèta moeten komen, maar dat je dat ook moet combineren met onze kennis en expertise uit alfa- en gammawetenschappen. Taal speelt daarin ook een belangrijke rol, maar ook kennis over of en hoe mensen technische oplossingen gaan accepteren.
Studenten aan het woord
“In de ochtend lag de focus op onderwijs. Er waren studenten van de UvA en VU, die allerlei vragen kregen van de Kamerleden. Bijvoorbeeld over waarom je Mechanical Engineering zou studeren in Amsterdam bij de VU. Het simpele antwoord was: dat is lekker dichtbij. Dat soort antwoorden waren eye openers voor de Kamerleden. Studenten kiezen dus ook voor locatie, niet alleen voor de inhoud van de studie.“
“Het ging ook over de langstudeerboete die nu in de pijplijn zit. De studenten legden uit dat hun leven uit meer dan alleen studeren bestaat. Dat ze er ook veel bij werken. Om een groter budget te hebben om van te leven, en in de regio Amsterdam vaak ook om woonruimte te kunnen betalen. Dan is een langstudeerboete natuurlijk killing.”
"Het grappige was dat al die Kamerleden teruggingen naar hun eigen studententijd. Ze hadden allemaal gestudeerd aan een universiteit en reflecteerden daarop: “Toen ik studeerde werkte ik geen 20 procent van mijn tijd. Dan werkte ik ’s avonds in het weekend”, zeiden ze. Ze realiseerden zich na afloop dat er tegenwoordig meer op het bordje van een student ligt. Tel daarbij op de tijd te besteden aan sociale netwerken, zowel virtueel als fysiek. Het is heel wat gecompliceerder dan toen zij studeerden. Het inzicht dat uit dat gesprek naar voren kwam was mooi om te zien.”
Engelse taal in onderwijs en onderzoek
“In de politiek gaat het vaak over Engels in het academisch onderwijs. Hoe belangrijk is Engels? Dat konden die studenten ook uitleggen. Als je in de bèta-technische hoek opleidingen volgt, is veel studiemateriaal in het Engels. De studenten zeiden zich ook in de bachelor te willen voorbereiden op de stap naar master, die over het algemeen in het Engels zal zijn. En ons werkveld is ook in een Engelstalige omgeving. De Kamerleden erkenden dat de Engelse taal belangrijk is voor de bèta-technische opleidingen. In de nieuwe ‘Wet Internationalisering in balans’, die min of meer bepaalt dat Nederlands de voertaal is voor bacheloropleidingen, staat techniek als uitzondering benoemd, maar bèta dan weer niet. Ik heb het belang ervan voor bètastudies tijdens het bezoek benadrukt.”
“Het was al met al een heel positief bezoek. Het initiatief voor dit werkbezoek kwam van de bètadecanen van Nederlandse universiteiten. Daarin hadden we geconcludeerd dat met alles wat er op ons afkomt, we meer geluid moeten maken als bètafaculteiten. De Kamer zit nu vol met nieuwe Kamerleden. We hebben dit bezoek opgetuigd om hen uit te leggen dat we op de universiteit niet in een ivoren toren zitten, maar dat we onderwijs geven en onderzoek doen in het bèta-technische veld, waar we de ambitie hebben om te helpen bij het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Dat belang hebben we tijdens hun bezoek overgebracht.”