Sorry! The information you are looking for is only available in Dutch.
Deze opleiding is bewaard in Mijn studiekeuze.
Deze opleiding kan niet bewaard worden.
Je bent nog niet ingelogd in Mijn studiekeuze. Log in of maak een account aan om jouw opleidingen op te slaan.
Er gaat iets mis, probeer het later nog een keer.

AI for Health: Laura van der Lubbe

Laura van der Lubbe is PhD in de Social AI group en is bezig met het onderzoek ‘Empowering vulnerable people with serious games and gamification’. "Gezonde toepassingen van AI krijgen steeds meer draagvlak."

Je bent bezig met een project over het zelfbeeld van jongvolwassenen en social media. Wat houdt het precies in?
“Social media zijn steeds meer gericht op visuele beelden (foto’s en video’s op bijvoorbeeld Instagram of TikTok). Deze beelden zijn ook nog vaak gemanipuleerd. Daarnaast gebruiken we social media allang niet meer alleen om met vrienden en familie in contact te staan, maar ook om ‘vreemden’ (denk aan influencers) te volgen. Je kunt hierdoor problemen krijgen met je zelfbeeld: bijvoorbeeld omdat je allerlei (gemanipuleerde) foto’s van ‘perfecte lichamen’ ziet en hier zelf niet aan kan voldoen. Ik vond dit een interessant onderwerp en wilde hier iets mee gaan doen. Daarom werk ik op dit moment aan een online interventie, een training waarin je leert over zelfcompassie. Door meer te leren over zelfcompassie kun je leren om op een andere manier om te gaan met dit soort gedachten.”

Hoe ziet die online interventie er concreet uit, en wat is de AI erachter?
“Het is een website met verschillende opdrachten en dagboeken waarmee je meer leert over zelfcompassie. In een van de opdrachten gebruiken we sentiment analyse. Hiermee kijken we of zinnen een positief of negatief sentiment hebben. In de eerste pilot gaan we op basis van de interactie van gebruikers met het systeem kijken hoe we dit verder kunnen inzetten. Daarnaast gebruiken we gamification elementen. In mijn PhD richt ik me vooral op hoe gamification en serious games kunnen worden ingezet in dit soort toepassingen.”

Waarom richt je je specifiek op jongeren?
“Jongeren zijn nog bezig met het vormen van hun identiteit, en ze zijn daarnaast ook veel bezig met social media. Daarom wil ik me in eerste instantie op hun richten. We richten ons niet op specifieke social media, maar in de opdrachten wordt de nadruk wel vaak gelegd op het bekijken van foto’s of video’s en het effect wat dat op je heeft."

AI op de VU is vanaf het begin interdisciplinair, maatschappij- en mensgericht, met bijvoorbeeld onderzoek naar toepassingen in geestelijke gezondheidszorg, health, gezonde leefstijl. Wat heb je van die traditie als student en jonge onderzoeker gemerkt?
“Tijdens mijn studie volgde ik bijvoorbeeld vakken bij andere faculteiten, en hadden projecten vaak een maatschappelijke insteek. Bij een vak over kennisrepresentatie heb ik bijvoorbeeld gekeken of en hoe we een keuzehulp konden maken voor kinderen met autisme die opzoek waren naar een reguliere middelbare school. Als onderzoeker werk ik ook altijd aan projecten die voor de maatschappij iets betekenen. Daarvoor moet je samenwerken met domeinexperts, dus interdisciplinair werken is een must.”

Wat maakt voor jou werken bij AI op de VU leuk en interessant?
“Juist dat interdisciplinair samenwerken vind ik leuk. Ik werk samen met domeinexperts, soms van de VU en soms daarbuiten. Dat is leuk en leerzaam, want zo leer ik steeds nieuwe dingen over nieuwe vakgebieden. Maar omdat de toepassingen waar ik aan werk ontwikkeld worden voor een bepaalde doelgroep, is het ook altijd belangrijk om rekening te houden met de doelgroep zelf. Dat gesprek aangaan, en op die manier naar je toepassing kijken vind ik leerzaam en uitdagend.”

Is er binnen het AI vakgebied genoeg aandacht voor de risico’s van digitalisering, zoals verslaving, oogschade, bewegingsachterstand, online pesten?  En is juist AI niet ook heel geschikt om computers, devices, social media, gezonder te maken voor gebruikers?
“Zelf richt ik me veel op gamification, iets wat in veel lifestyle apps gebruikt wordt. Ik denk overigens dat we met gamification wel moeten uitkijken dat het niet als een soort gouden sleutel gezien wordt tot gedragsverandering. Ik zoek daarom naar manieren om het juiste gedrag in de juiste dosis te stimuleren. In het project waar ik nu aan werk betekent dit dat gebruikers niet worden beloond om de hele dag bezig te zijn met het doen van de opdrachten, maar juist elke dag eventjes een paar opdrachten moeten doen. Op deze manier ga je verslaving in zekere zin al tegen.”

Kun je het vergelijken met criminelen die steeds nieuwe manieren vinden om systemen te hacken en security specialisten die ze bestrijden? Dus bijvoorbeeld social media platforms gebruiken onder andere steeds slimmere AI om ons te binden aan het beeldscherm, en interventies zoals die waar jij nu aan werkt, proberen ons juist voor te veel schermtijd te behoeden?
“Veel apps spelen inderdaad met technieken om je zoveel mogelijk schermtijd te laten besteden aan hun app. En dat kan verder doorwerken, want sommige mensen raken verslaafd aan het maken van een X aantal stappen per dag door hun smartwatch. Zelf vind ik juist het balanceren van dit gedrag interessant, en ik denk ook dat daar uiteindelijk betere gezondheidsuitkomsten mee te behalen zijn.”

Hoe ziet volgens jou de toekomst van AI eruit in relatie tot de geestelijke en lichamelijke gezondheid van gebruikers?
“Ik denk dat er steeds meer draagvlak is voor gezonde toepassingen van AI. Jonge generaties groeien op met apps en AI-systemen, oudere generaties gebruiken ook steeds vaker technologie. Ik denk dat dit draagvlak een belangrijke rol gaat spelen. Ik verwacht dat men zich eerder open zal stellen naar technologie toe, en technologie een meer geïntegreerde rol gaat spelen in levens van mensen. Hierdoor kunnen de opbrengsten ook groter worden. De huidige COVID-19 situatie zou hier ook aan kunnen bijdragen: we leren nu hoe we een onlineleven kunnen hebben naast/ter vervanging van het fysieke leven. Maar daarnaast is er ook meer aandacht voor mentale gezondheid. Wie weet is een van de goede dingen die we uit deze periode meenemen dat we technologie en het fysieke leven nog beter leren integreren, en meer draagvlak creëren om dit ook in te zetten voor onze mentale gezondheid.”