Sorry! The information you are looking for is only available in Dutch.
Deze opleiding is bewaard in Mijn studiekeuze.
Deze opleiding kan niet bewaard worden.
Je bent nog niet ingelogd in Mijn studiekeuze. Log in of maak een account aan om jouw opleidingen op te slaan.
Er gaat iets mis, probeer het later nog een keer.

Duurzaamheid uitgemeten

1 februari 2022
Klimaatverandering en duurzaamheid staan hoger op de agenda dan ooit. Wat vraagt dit van publieke organisaties, van bestaand en nieuw te ontwikkelen duurzaamheidsbeleid? Hoe is duurzaamheid te implementeren, hierop te sturen en hierover te verantwoorden en wat vraagt dat van governance en leiderschap? Deze vragen stonden centraal, vrijdag 14 januari jongstleden tijdens de online nieuwjaarsbijeenkomst van het Zijlstra Center, onder de titel ‘Duurzaamheid Uitgemeten’.

Gerda van Dijk opende met de iconische foto van de ‘blue marble’ gemaakt vanuit Apollo 8 in 1968 (bekijk hier de sheets). Voor het eerst werd zichtbaar hoe de aarde in de ruimte zweeft en hoe begrensd en kwetsbaar de aarde is. Deze foto kan worden beschouwd als het begin van het denken in duurzaamheid. Het Donought Economics model van Kate Raworth (2017) illustreert hoe het denken over duurzaamheid voortbouwend op de Sustainable Development Goals zich verder ontwikkelt en handvaten biedt voor implementatie, sturing en verantwoording. Dit model noemt een ‘social foundation’ met benodigdheden zoals voedsel, water, inkomen en onderwijs, als ondergrens voor een veilige en rechtvaardige plaats voor de mensheid. De bovengrenzen van deze plaats worden de ‘environmental ceiling’ genoemd, waar klimaatverandering, het verlies aan biodiversiteit en chemische vervuiling onder andere boven deze grenzen liggen.

Tjerk Budding ging in op duurzaamheidsverantwoording door publieke organisaties. Hierbij gebruikte hij onder andere de verslaggeving  van de VU over duurzaamheid als voorbeeld. Hij noemde drie redenen die in de literatuur genoemd worden voor het verantwoorden over duurzaamheid; omdat het wettelijk verplicht is, omdat stakeholders het opleggen, of omdat de kostenbaten-afweging positief is. Hierop kwamen verschillende reacties van de deelnemers in de chat, waaronder of er geen sprake is van greenwashing. Ook vroegen de deelnemers zich af of intrinsieke motivatie van een organisatie ook niet een reden is om aan duurzaamheidsverantwoording te doen, waarop de spreker bevestigend antwoordde.

Rob van Eijbergen sloot hierop aan door de effecten van intrinsieke motivatie, verantwoordelijkheidsgevoel, gedragsverandering en regelgeving op duurzame actie en duurzaamheidsverantwoording te adresseren. Er ontstond een discussie over wat meer effect heeft om duurzaamheid te stimuleren: beperkende maatregelen en regelgeving, of je verantwoordelijk voelen en dat in gedrag laten zien. De deelnemers benadrukten het belang van voorbeeldgedrag vanuit de overheid of gemeente naar burgers. Als voorbeeld werd het plaatsen van zonnepanelen door bestuurders genoemd, zodat burgers dit voorbeeld volgen. Deelnemers wezen er ook op dat niet alleen de publieke sector, maar juist het bedrijfsleven een belangrijke rol speelt in duurzaamheidsbeleid, aangezien daar veel grote vervuilers tussen zitten. De meeste deelnemers verwachtten dan ook dat er meer regelgeving nodig is om organisaties duurzamer te maken, maar ze vonden ook dat bewustwording en inspiratie bij burgers of consumenten om bij te dragen aan duurzaamheid belangrijk is voor succes.

De bijeenkomst werd afgesloten met het via MentiMeter voorleggen van een aantal stellingen aan de deelnemers. Met de eerste stelling ‘De aanpak van de klimaatverandering vraagt tenminste zoveel verschillende interventies als wat klimaatverandering heeft veroorzaakt’ was de overgrote meerderheid het eens. Aangezien klimaatverandering zo’n complex vraagstuk is, zijn er verschillende interventies nodig om het aan te pakken. Ook waren de deelnemers het eens dat ‘De aanpak van klimaatverandering meer wet- en regelgeving vereist’. Zoals eerder uit de discussie bleek, wordt er getwijfeld of intrinsieke motivatie alleen voldoende is.

Opvallend was dat de meeste deelnemers het niet eens waren met de stelling ‘De organisatie waarvoor ik werkzaam ben, gaat alleen over tot het verantwoorden over duurzaamheid als dat verplicht wordt gesteld’. Hieruit blijkt dat de meeste organisaties waar de deelnemers werkzaam zijn dus toch ook zonder wet- en regelgeving aan duurzaamheidsverantwoording (willen) doen. Met de stelling ‘Het door een organisatie verantwoorden over duurzaamheid, leidt tot hogere duurzaamheidsprestaties’, waren iets meer dan de helft van de deelnemers het eens. Op deze stelling werd ook veel neutraal gereageerd. Het blijft dus de vraag of duurzaamheidsverantwoording ook echt tot actie leidt, of dat er toch veel aan greenwashing gedaan wordt.

Ook bij de laatste twee stellingen kwam deze vraag terug. De meerderheid van de deelnemers reageerde neutraal op de stelling ‘Het aspectmatig aanpakken van de klimaatcrisis versterkt de problematiek’. De meerderheid was het eens met de stelling ‘De mate van meetbaarheid van de effecten van de aanpak van de klimaatcrisis zegt niets over de relevantie’. Hieruit blijkt wederom dat verantwoording over en meetbaarheid van duurzaamheid niet alleen belangrijk zijn, maar dat het vooral gaat om de acties die daadwerkelijk ondernomen worden om organisaties duurzamer te maken. Daarvoor is het belangrijk dat organisaties ook het nut van duurzaamheidsbeleid inzien zodat zij gemotiveerd zijn om hierin te verbeteren.

Uit de enthousiaste bijdragen van de deelnemers bleek hoe sterk het onderwerp duurzaamheid  leeft en ook welke onbeantwoorde vragen het oproept: over de redenen van organisaties om duurzamer te worden, hoe dit gestimuleerd kan worden vanuit de overheid, maar ook vanuit de maatschappij. Sommige deelnemers geloofden meer in de effectiviteit van regelgeving, terwijl anderen juist het belang van motivatie benadrukten. Tegelijkertijd was ook duidelijk dat de klimaatcrisis meer holistisch aangepakt moet worden. Uit de discussie komt naar voren dat de combinatie van regelgeving rondom duurzaamheidsverandering, en intrinsieke motivatie om het gedrag te veranderen essentieel is. Beide aspecten lijken nodig om duurzaamheid bij organisaties te stimuleren. Het belang van duurzaamheid werd tijdens dit webinar zeker ingezien en nogmaals onderstreept. Het Zijlstra Center zet ook in 2022 duurzaamheid hoog op de agenda

Wij kijken terug op een zeer geslaagde nieuwjaarsbijeenkomst en dit onderwerp blijft hoog op onze agenda staan het komende jaar. We willen alle deelnemers bedanken voor hun interessante bijdragen en we hopen dat deze bijeenkomst inspiratie heeft geboden voor het duurzaamheidsbeleid binnen hun eigen organisatie.

Meer informatie over het Zijlstra Center for Public Control, Governance and Leadership