Sorry! The information you are looking for is only available in Dutch.
Deze opleiding is bewaard in Mijn studiekeuze.
Deze opleiding kan niet bewaard worden.
Je bent nog niet ingelogd in Mijn studiekeuze. Log in of maak een account aan om jouw opleidingen op te slaan.
Er gaat iets mis, probeer het later nog een keer.

Sterk dalend vertrouwen in de overheid

1 november 2021
Nederland heeft in september 2021 het karakter van een ‘laag-vertrouwensamenleving’. Er is sprake van een sterke afname van het vertrouwen in de overheid in het afgelopen anderhalf jaar: van bijna 70 procent in april 2020 naar minder dan 30 procent in september 2021. Dit blijkt uit onderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam in samenwerking met de Vrije Universiteit Amsterdam.

Ook is sprake van een lichte afname in het onderling vertrouwen tussen mensen. Mensen vertrouwen vooral verwanten (familie en vrienden) en personen waarmee men een persoonlijke relatie kan onderhouden, zoals de huisarts. Wantrouwen ten opzichte van de overheid is een belangrijk motief van ongevaccineerden om zich niet te laten vaccineren. Daarnaast bestaat er een samenhang tussen het gebruik van sociale media als primaire informatiebron en een gering vertrouwen in de overheid en een geringe vaccinatiebereidheid.

Dit blijkt uit het onderzoek 'De laag-vertrouwensamenleving: de maatschappelijke impact van COVID-19 in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam & Nederland'. Het onderzoek is tot stand gekomen onder leiding van hoogleraar Sociologie Godfried Engbersen van de Erasmus Universiteit Rotterdam in samenwerking met het onderzoeksinstituut Risbo, VU-politicoloog André Krouwel, lector Grootstedelijke Ontwikkelingen Katja Rusinovic van De Haagse Hogeschool, hoogleraar 'Wetenschap, beleid en maatschappelijke impact, in het bijzonder in de zorg Jet Bussemaker van de Universiteit Leiden, en de gemeenten Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. De dataverzameling gebeurde in september door Kieskompas van André Krouwel. Eerdere metingen waren in april, juli en november van 2020 en in maart 2021.

Afnemend vertrouwen, vooral in de landelijke overheid
Het vertrouwen in de landelijke en lokale overheid is de afgelopen maanden sterk afgenomen: nog maar drie op de tien respondenten hebben (veel) vertrouwen in de landelijke overheid. De scherpe afname van het vertrouwen in de landelijke overheid gaat in de periode maart-september 2021 niet direct gepaard met een toenemende kritiek op het coronabeleid. Een aanzienlijk deel is nog wel kritisch op het coronabeleid, maar in vergelijking met de meting in maart 2021 is deze groep kleiner geworden. Mogelijk heeft de afname van het vertrouwen te maken met politieke ontwikkelingen die losstaan van het gevoerde coronabeleid, waaronder de lange kabinetsformatie en de gebrekkige en trage afhandeling van de toeslagenaffaire. 

Ook het vertrouwen in de lokale overheid is afgenomen, maar minder dan de afname van het vertrouwen in de landelijke politiek. Het vertrouwen in gezondheidsinstanties zoals het RIVM en de GGD nam van april 2020 tot maart 2021 ook af. Sindsdien is het vertrouwen weer iets toegenomen, maar is het nog wel duidelijk lager dan bij de start van de pandemie. In Amsterdam is het vertrouwen in de GGD en het RIVM hoger dan in Rotterdam. Het algemeen vertrouwen in mensen is een beetje afgenomen. Het vertrouwen van mensen in familie, vrienden, blijft groot en tamelijk stabiel van karakter. Ook het vertrouwen in buren en vooral de huisarts is erg groot, maar ook hier is een voorzichtige daling in het vertrouwen te zien.

Aanvullend onderzoek onder leiding van VU-politicoloog Andre Krouwel, 'COVID-19 en institutioneel vertrouwen', laat zien dat vooral lager opgeleiden, ouderen, niet-stemmers en stemmers op PVV en FvD een gering vertrouwen hebben in de overheid.

Niet bereid tot vaccinatie en de beperkte invloed van deskundigen
Landelijk is 12 procent van de ondervraagden niet bereid gevaccineerd te worden, of twijfelt hierover. Belangrijkste motieven om niet te vaccineren zijn: vertrouwen in het eigen lichaam/immuunsysteem (ongeveer 38 procent); optreden van bijwerkingen (ongeveer 16 procent) en geen vertrouwen in overheid en betrokken instanties (ongeveer 23 procent). Gevaccineerden laten zich vooral overtuigen door deskundigen van de RIVM en GGD, terwijl ongevaccineerden de kans klein achten dat zij alsnog overtuigd worden. Als dit wel lukt, zal dit eerder gebeuren door de huisarts, familieleden of vrienden en juist het minst door de deskundigen.

De coronapas is volgens een meerderheid een goed idee bij het bezoeken van evenementen en horeca. Een aanzienlijk deel is het niet eens met de coronapas. Mensen die zijn niet gevaccineerd zijn, vaker tegen de coronapas. Maar ook een deel van de gevaccineerden is tegen de coronapas. In totaal is ruim een derde van de onderzoekspopulatie (36 procent) tegen de coronapas.

Sociale-mediagebruik en gering vertrouwen in de overheid
Mensen voor wie sociale media de belangrijkste informatiebron zijn over het virus, hebben minder vertrouwen in de overheid en andere instituties én zijn minder vaak gevaccineerd en zijn ook niet van plan zich te laten vaccineren.

Minder angst voor baanverlies en faillissement bedrijf
In september 2021 zijn er minder mensen die zorgen hebben over de gevolgen van COVID-19 voor hun baan, bedrijf en inkomen dan bij de voorgaande metingen. De angst van werkenden om hun baan te verliezen, is nu aanzienlijk kleiner dan voorheen. De angst is in Amsterdam en vooral in Rotterdam sterk afgenomen. Tegelijkertijd zijn nu minder respondenten bang om hun inkomen te verliezen, en zijn minder ondernemers bang dat hun bedrijf de crisis niet overleeft.

Dreiging door het virus neemt af
De gepercipieerde dreiging van het virus is in september 2021 kleiner dan bij elk van de vorige metingen. Minder mensen zien COVID-19 als bedreiging voor zichzelf, hun vrienden en hun familie. Het deel van de respondenten dat de zorg mijdt, is ook duidelijk lager dan voorheen. In de drie grote steden is de zorgmijding vergelijkbaar met het landelijke beeld. De gevoelens van angst en nervositeit ten gevolge van het virus en de getroffen maatregelen zijn ook afgenomen. In maart 2021 zei bijna de helft van de respondenten dat ze het gevoel hebben dat ze niets hebben om naar uit te kijken, nu is dat gedaald naar een kwart en ziet een veel groter deel van de respondenten de toekomst positiever in.