Sorry! The information you are looking for is only available in Dutch.
Deze opleiding is bewaard in Mijn studiekeuze.
Deze opleiding kan niet bewaard worden.
Je bent nog niet ingelogd in Mijn studiekeuze. Log in of maak een account aan om jouw opleidingen op te slaan.
Er gaat iets mis, probeer het later nog een keer.

Huidige belastingen belemmeren circulaire bedrijfseconomie

27 augustus 2021
Belastingen in Nederland houden niet specifiek rekening met circulaire bedrijfsmodellen en vormen daarmee een belemmering voor een circulaire bedrijfseconomie. Zo blijkt uit onderzoek van fiscaal juristen van de Vrije Universiteit van Amsterdam, EY en bedrijfskundigen van Royal HaskoningDHV.

Belastingen in Nederland houden niet specifiek rekening met circulaire bedrijfsmodellen en vormen daarmee een belemmering voor een circulaire bedrijfseconomie. Zo blijkt uit onderzoek van fiscaal juristen van de Vrije Universiteit van Amsterdam, EY en bedrijfskundigen van Royal HaskoningDHV.

Een circulaire economie is een economisch systeem waarin zo min mogelijk afval ontstaat. Een circulair bedrijfsmodel heeft als uitgangspunt producten aan het eind van hun levensduur te hergebruiken of te recyclen (van het afvalmateriaal iets nieuws maken) in plaats van ze weg te gooien. Deze aanpak bespaart grondstoffen, gaat de ophoping van afval in natuur en oceanen tegen en vermindert de uitstoot van CO2.

Voor het stimuleren van een circulaire bedrijfseconomie is volgens de onderzoekers een langetermijnbeleid van het kabinet nodig op het gebied van belastingeffecten bij vergroening, uitstootvermindering en introductie van circulaire bedrijfsmodellen. De huidige belastingen belemmeren het gebruik van circulaire bedrijfsmodellen. De juristen onderzochten in het specifiek de wisselwerking tussen het circulaire bedrijfsmodel Take Back Chemicals en een viertal belastingen, te weten de vennootschapsbelasting, de omzetbelasting (BTW), douanerechten en de milieuheffingen.  

Het circulair bedrijfsmodel Take Back Chemicals stapt af van traditionele grondstofverkoop en is gebaseerd op dienstverlening en terugname van gebruikt materiaal. In plaats van grondstoffen te verkopen, biedt de leverancier het materiaal ter beschikking. Deze transformatie van product naar dienst brengt uitdagingen mee voor de eerder genoemde belastingen, gezien deze momenteel ingericht zijn op verkoop in plaats van dienstverlening van grondstoffen.

De onderzoekers tonen aan dat alle vier relevante belastingen geen rekening houden met de omzetting van product naar dienst. De belastingen stimuleren geen circulaire bedrijfsmodellen, wat een belemmering vormt voor verduurzaming.

Volgens VU-fiscaal jurist Albert Bomer is een langetermijnbeleid van het kabinet op het gebied van  belastingeffecten bij vergroening, uitstootvermindering en introductie van circulaire bedrijfsmodellen hoognodig. Mede-onderzoeker en fiscaal jurist Jan Gooijer duidt het belang hiervan. ‘’Klimaatverandering is een nijpend probleem, de gevolgen worden steeds duidelijker zichtbaar en het halen van de klimaatdoelen is urgent’’, aldus Gooijer. ‘’Met de recent gepresenteerde klimaatplannen van de Europese commissie is juist nu het moment om de belastingen zo in te richten dat zij circulaire bedrijfsmodellen niet tegengaan maar juist stimuleren’’, vervolgt Bomer. In de whitepaper die Bomer schreef in samenwerking met de andere onderzoekers doen zij hier een aantal concrete aanbevelingen voor.