Sorry! The information you are looking for is only available in Dutch.
Deze opleiding is bewaard in Mijn studiekeuze.
Deze opleiding kan niet bewaard worden.
Je bent nog niet ingelogd in Mijn studiekeuze. Log in of maak een account aan om jouw opleidingen op te slaan.
Er gaat iets mis, probeer het later nog een keer.

Ervaringen van Nederlandse Afro- en Hindoestaanse Surinamers

16 september 2021
Surinaamse Nederlanders worden vaak vertegenwoordigd door Afro-Surinamers, terwijl Suriname veel meer etnische achtergronden kent. Tijdens haar Master Social and Cultural Anthropology onderzocht Manisha Nash de ervaringen van Nederlandse Afro- en Hindoestaanse Surinamers. In haar scriptie ‘Am I Supposed to Feel Dutch?’ vergeleek ze hoe deze groepen hun identiteit vormgeven en het gevoel van verbondenheid met Nederland ervaren.

Suriname kent verschillende etnische groepen. Afro-Surinamers stammen af van door Nederlanders tot slaaf gemaakten uit Afrika. Hindoestanen kwamen vanuit het toenmalige Brits-Indië als contractarbeiders rond 1873 voor het eerst naar Suriname. De Surinaamse bevolking was verdeeld over de in 1975 verkregen onafhankelijkheid en als gevolg daarvan migreerden in de jaren 70 en 80 zo’n 120 duizend Surinamers naar Nederland.

Manisha Nash is van zowel Afro-Surinaams als Hindoestaanse afkomst en identificeert zich als Nederlands-Surinaams. In haar omgeving hoort ze regelmatig dat Afro-Surinamers Nederlandse-Surinamers representeren. Daarom vroeg Manisha zich af of de ervaringen van Nederlandse Afro- en Hindoestaanse Surinamers uiteenlopen. Door middel van 23 interviews en vijf focusgroepen met deze beide groepen onderzocht Manisha hoe Nederlanders met Surinaamse roots zich thuis voelen in de Nederlandse nationaliteit, en hoe ze racisme en discriminatie ervaren.

De deelnemers van Manisha’s onderzoek zeggen zich allemaal op de een of andere manier verbonden te voelen met Nederland. “De meesten van hen stelden dat men zich verbonden moet voelen met Nederland; anders ‘zou men niet in het land moeten wonen’,” schrijft Manisha.

De mate van verbondenheid met Nederland varieert echter tussen de deelnemers, onder andere vanwege discriminatie en racisme, schrijft Manisha. “De meeste mensen die actief racisme en discriminatie ervaren, voelen zich meer verbonden met hun Surinaamse identiteit dan met hun Nederlandse identiteit.”

Niet alle deelnemers zeggen racisme en discriminatie te hebben ervaren, maar ze begrijpen allemaal hoe dit van invloed kan zijn op de vraag of iemand zich thuis voelt in Nederland. “Veel Nederlandse Hindoestaanse deelnemers zeggen geen racisme en discriminatie te hebben ervaren, terwijl vooral Nederlandse Afro-Surinaamse deelnemers mij veel voorbeelden gaven.”

Voornamelijk voor de Afro-Surinaamse Nederlanders versterkte de Black Lives Matter-beweging hun gevoel van verbondenheid met Nederland. Manisha: “Omdat ze mensen van alle kleuren, geslachten en leeftijden zagen vechten voor een zaak waarin zij lange tijd het gevoel hadden alleen te staan.”

Andere deelnemers waren het echter niet eens met de organisatie van de protesten en voelden daarom niet de behoefte om meer over de beweging te weten te komen. “Bovendien hadden zij het gevoel dat de beweging in Nederland niet elke minderheidsgroepering omvatte die te maken heeft met racisme en discriminatie”, legt Manisha uit. “Sommige Hindoestaanse deelnemers hadden het gevoel dat de beweging hen niet omvatte, en besloten er daarom niet veel aandacht aan te besteden.”

Zoals Manisha in haar omgeving al merkte, blijkt dat de meeste deelnemers het erover eens zijn dat Nederlandse Hindoestanen etnisch ondervertegenwoordigd zijn als Nederlandse Surinamers. “Vooral mijn Nederlands-Hindoestaanse deelnemers hebben het gevoel dat een Surinaamse Nederlander automatisch een Afro-Surinaamse is. Daarom identificeren deze deelnemers zich als Nederlands Hindoestaans. Een vaak genoemd advies om dit te veranderen is een betere vertegenwoordiging in de media.”

Verder blijkt uit dit onderzoek een verschil in verbondenheid met Suriname, aldus Manisha. “Hindoestaanse deelnemers ervaren niet altijd een verbondenheid met Suriname omdat zij zich niet vertegenwoordigd voelen. Daarom voelen zij zich meer verbonden met hun Hindoestaanse identiteit en soms zelfs een Indiase identiteit.”

Manisha verbaasde zich over het gebrek aan kennis onder de deelnemers over elkaars geschiedenis en soms zelfs van de eigen geschiedenis. “Daarom zou ik een platform aanbevelen dat zich richt op Surinaamse Nederlanders als geheel en niet slechts op één etnische groep,” concludeert Manisha. “Dit zou een gevoel van eenheid en verbondenheid met de andere etnische groep kunnen vergroten. Bovendien kan een platform deze in Nederland wonende groepen met elkaar in contact brengen.”