VU-onderzoekers vinden meer dan 300 genetische varianten voor het ‘welbevindenspectrum’

Biologisch psychologen Bart Baselmans, Michel Nivard en Meike Bartels van de Vrije Universiteit Amsterdam vonden in totaal 304 genetische varianten die in verband gebracht kunnen worden met welbevinden, depressieve gevoelens en neuroticisme. Zij ontwikkelden een nieuwe methode die gerelateerde eigenschappen tegelijkertijd kan analyseren waardoor het aantal gevonden genetische varianten is toegenomen met 26 procent ten opzichte van de afzonderlijke analyses. De resultaten zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Genetics.

14-01-2019 | 11:03

Uit het onderzoek blijkt dat de genetische varianten die geassocieerd zijn met het ‘welbevindenspectrum’ zich voornamelijk bevinden in of nabij genen die in het centrale zenuwstelsel tot expressie komen. Bart Baselmans: ‘In deze studie zijn we nog een stap verder gegaan en hebben we onderzocht of specifieke hersenstructuren meer betrokken zijn bij het ‘welbevindenspectrum’ dan andere structuren. Hierbij kwam het subiculum (betrokken bij verschillende geheugenprocessen), onderdeel van de hippocampale structuur, naar voren. De hippocampus speelt een belangrijke rol bij de opslag van informatie in het geheugen, de ruimtelijke oriëntatie en het controleren van gedrag dat van belang is voor de overleving. Deze structuur is in eerdere studies al in verband gebracht met zowel welbevinden als depressieve gevoelens.

Individuele verschillen
Het onderzoek laat ook zien dat het zeer waardevol is om naast klinische aandoeningen zoals depressie ook individuele verschillen in persoonlijkheid (zoals neuroticisme) of geluk (zoals welbevinden) te meten. Michel Nivard: ’We hebben binnen de genetica kleine studies met heel precies gemeten fenotypes geprobeerd, dat werkte maar zeer matig. We hebben nu succesvol een hele grote studie met oppervlakkig gemeten fenotypes uitgevoerd. Ons onderzoek laat eigenlijk zien dat de volgende stap is om in hele grote populaties weer terug te gaan naar zeer precies gemeten fenotypes. Op die manier kunnen we oorzaken van verschillen tussen individuen bloot leggen, zowel verschillen binnen de groep gezonde mensen als de verschillen tussen gezonde mensen en mensen met een psychische aandoening.”

Omgevingsinvloeden
Deze studie, die onderdeel van het European Research Council Consolidator project WELL-BEING, is weer een stukje van de puzzel om verschillen in welbevinden tussen mensen te verklaren. VU-hoogleraar Genetics and Wellbeing Meike Bartels: “Verschillen in welbevinden zijn het resultaat van een complex samenspel tussen genetische aanleg en invloeden uit de omgeving. Nu we weer wat meer weten over de genetische aanleg kunnen we dat weer gebruiken om beter inzicht te krijgen in omgevingsinvloeden.”