Nieuwe genetische oorzaken voor Alzheimer ontdekt

Een internationaal onderzoeksteam onder leiding van hoogleraar Danielle Posthuma van de Vrije Universiteit in Amsterdam, en hoogleraren Ole Andreassen van de University of Oslo en Stephan Ripke van de Broad Institute uit Boston, verbreedt de genetische kennis over het risico om de ziekte van Alzheimer te ontwikkelen.

07-01-2019 | 16:13

Door genetische data op een grootschalige manier samen te voegen ontdekte het team nieuwe genetische factoren en biologische mechanismen, die bijdragen aan het ontstaan van de ziekte.

Het onderzoek is 7 januari gepubliceerd in het gerenommeerde Nature Genetics. De studie is de grootste genetische studie naar de ziekte van Alzheimer tot nu toe. Het onderzoek omvat genetische data van meer dan 455.000 personen. Naast klinische diagnoses van personen zelf werd ook gebruik gemaakt van informatie van één of beide ouders met de diagnose Alzheimer.

Meest voorkomende neurodegeneratieve ziekte
De ziekte van Alzheimer is de meest voorkomende neurodegeneratieve ziekte, die door de vergrijzing van de wereldwijde populatie zowel medische als economische probleemstukken met zich mee brengt. Het vroeg diagnosticeren van Alzheimer en het beter begrijpen van de onderliggende biologische mechanismen betrokken bij het ontstaansproces, zijn belangrijke stappen vereist voor een betere medische behandeling van patiënten.

Genetica kan hier een belangrijke rol in spelen, doordat het de mogelijkheid biedt op een objectieve manier (zonder aannames over onderliggende functionele mechanismen in het lichaam) nieuwe kennis over de biologische oorsprong van de ziekte te verkrijgen.

Alzheimer mogelijk samenspel tussen infecties en vetten
Door genetische data van meer dan 450.000 individuen te bekijken, werden 29 plekken in het genoom ontdekt die bijdragen aan het risico op de ziekte van Alzheimer. Negen van deze plekken waren nog nooit eerder gevonden. Gezamenlijk wijzen deze bevindingen erop dat zowel defecten in het immuunsysteem van het brein als vetachtige eiwitten bijdragen aan het risico Alzheimer te ontwikkelen. Posthuma: “We zien bijvoorbeeld dat het genetische risico vooral zit in eiwitten die tot expressie komen in microglia-cellen, welke het afweersysteem van de hersenen vormen. Dit wijst erop dat we ons niet per se alleen moeten focussen op neuronen in functioneel onderzoek, maar ook vooral op deze immuuncellen.”

Iris Jansen, gedeelde eerste auteur van de studie en postdoc in het team van Posthuma en het team van hoogleraar Wiesje van de Flier van het Alzheimercentrum van het Amsterdam UMC, vervolgt: “We observeren ook genetische afwijkingen in eiwitten die belangrijk zijn voor lipide complexen, ook wel bekend als vetten. Een bekende genetische risicofactor voor Alzheimer is een defect in het APOE-gen. Uit onze studie blijkt dat ook andere lipide-eiwitten aangedaan zijn op genetisch niveau. Dit lijkt de hypothese te versterken dat Alzheimer wellicht een resultaat is van een samenspel tussen infecties en vetten. Namelijk, dat veranderingen in lichamelijke moleculaire vetten wellicht het afweersysteem van de microglia aantasten, en daarmee de vasculaire gezondheid van de hersenen. Dit zouden we in vervolgstudies nader moeten onderzoeken”

Genetische effecten via cognitieve vaardigheden
De studie heeft ook onderzocht of er indirecte genetische effecten bestaan op het risico om Alzheimer te ontwikkelen, oftewel genetische factoren die eigenschappen gerelateerd aan Alzheimer beïnvloeden, maar niet Alzheimer zelf. In overeenstemming met eerder klinisch onderzoek waarin een beschermend effect van cognitieve reserve op Alzheimer werd gevonden, vinden de wetenschappers eenzelfde positieve invloed van cognitieve vaardigheden op Alzheimer, nu onderbouwd door genetica. “Dit suggereert dat een deel van de genetische risicofactoren cognitieve reserve beïnvloeden, welke vervolgens weer het risico op Alzheimer verlaagt”, vertelt postdoc Jeanne Savage, gedeelde eerste auteur van de publicatie. De studie laat dus een causaal verband zien tussen cognitieve reserve en een verlaging van het risico op de ziekte van Alzheimer.

Deze nieuwe inzichten bieden veel aanknopingspunten voor functioneel vervolgonderzoek, waarin causale verbanden naar de rol van vetten en immuuncellen in het brein nader kan worden onderzocht. De studie is uitgevoerd in het kader van het Psychiatric Genomics Consortium.